Inhoudsopgave
techniek en Dhz
mengen en roeren
Wees voorzichtig met chemische stoffen. Lees!

Analoge fotografie

Alles over fixeeroplossingen, ontwikkelaars, recepten en meer...

Uit Mengen & Roeren I (1936)
De gevoelige fotografische emulsie bestaat uit een laag gelatine waarin korrels van een lichtgevoelige stof liggen. Deze korrels bestaan gewoonlijk uit uiterst kleine kristalletjes van onoplosbare zilververbindingen. Wanneer op deze zilververbindingen licht valt vindt in het kristal zelf een verandering plaats, die we niet onmiddellijk waar kunnen nemen. De verandering uit zich in het feit, dat we een dergelijk kristalletje zilververbinding met behulp van bepaalde stoffen tot metalliek zilver kunnen reduceren, terwijl de deeltjes die niet door licht getroffen werden, onder dezelfde omstandigheden onveranderd blijven. We noemen dit het ontwikkelen van de fotografie.

De ontwikkelaar die we tegenwoordig gebruiken bestaat uit een oplossing van enige zeer verschillende stoffen in water. Ieder van de gebruikte stoffen heeft in de ontwikkelaar zijn eigen functie.

Als reducerende stof, dus de stof die de zilververbinding tot het metaal reduceert, nemen we gewoonlijk metol, hydrochinon, pyrogallol, glycine, amidol en dergelijke organische verbindingen.

Hiernaast moet de ontwikkelvloeistof stoffen bevatten die voor het juiste milieu zorgen, waarin de ontwikkelende stof het gunstigste werkt. De meeste stoffen moeten in alkalische oplossing gebracht worden. Hiertoe voegt men dan gewoonlijk soda of potas aan de ontwikkelaar toe. Bovendien wordt door de alkalische reactie van de ontwikkelaar de gelatine zacht gemaakt, waardoor de vloeistof gemakkelijker in de laag binnendringt en zo de zilverhaloïdkristalletjes beter kan bereiken, en ook alle bereikt. Hierdoor verloopt de ontwikkeling niet alleen sneller doch ook contrastrijker.

Theoretisch zou men iedere ontwikkelaar met loog alkalisch kunnen maken, de werking hangt echter sterk van de aard van de alkalische stof en van de ontwikkelende stof af. Zo is bijvoorbeeld voor amidol de alkaliteit van het natriumsulfiet voldoende, andere ontwikkelaars bevatten borax, verder soda, potas en ook loog. In de warmte tast loog de gelatine vrij sterk aan en moet dus in de tropen vermeden worden. Ook is de huid van sommige personen zeer gevoelig voor vrije loog. Bij een aantal ontwikkelaars veroorzaakt loog de reductie van niet belichte deeltjes, dus sluier.

Ook bij het gebruik van soda en potas moet de inwerking van de reducerende stof op de niet belichte deeltjes tegengegaan worden; hiertoe voegt men aan de ontwikkelaar een kleine hoeveelheid kaliumbromide toe. Hierdoor kan men de concentratie van de soda verhogen zonder gevaar te loopen, dat het negatief geheel versluiert.

De ontwikkelaar, die alleen de reducerende stof, soda en kaliumbromide bevat, zou echter zeer spoedig bederven, daar deze vloeistof uit de lucht onmiddellijk zuurstof op zou nemen, waarbij de ontwikkelende stof dus verbruikt zou worden. Om dit te verhinderen voegt men aan den ontwikkelaar een andere stof toe die de zuurstof opneemt. Gewoonlijk neemt men hiervoor het natriumsulfiet.

De stoffen, die waarschijnlijk het meest voor het ontwikkelen gebruikt worden, zijn metol en hydrochinon. Metol ontwikkelt zeer snel en hydrochinon langzaam, metol geeft echter zachte flauwe negatieven en hydrochinon dichte goed gedekte en harde negatieven. Door de beide stoffen samen te gebruiken kan men, door de verhouding te wijzigen, ieder willekeurige hardheid verkrijgen.

Bij deze ontwikkelaar moet de temperatuur echter constant gehouden worden, namelijk tussen 60° en 70° F, of l5° en 21° C; hydrochinon is namelijk onder 16° C bijna onwerkzaam en wordt boven 21° C uiterst actief. Het gevolg is, dat bij te lage temperaturen alleen het metol werkzaam is en men dus een beeld krijgt met veel details doch te zwak en te zacht. Bij te hoge temperatuur werkt de hydrochinon te sterk, zodat men een te hard beeld verkrijgt.

Amidol wordt in vele gevallen gebruikt waar de fotograaf tegenover metol overgevoelig is. Amidol wordt zonder soda gebruikt, dus alleen met sulfiet en broomkalium opgelost.

Pyrogallol wordt gebruikt waar sterke contrasten en goed gedekte negatieven verlangd worden, de negatieven zijn schijnbaar niet dicht doch geven zeer contrastrijke afdrukken. Pyrogallol neemt zeer gemakkelijk zuurstof op en de oplossing moet met sulfiet en bisulfiet geconserveerd worden.

Glycine wordt soms samen met hydrochinon gebruikt of alleen voor de tankontwikkeling, daar de oplossing aan de lucht zeer lang goed blijft. Gewoonlijk gebruikt men het voor ontwikkelpapieren voor het verkrijgen van een olijfkleur of warm zwart.

Terwijl de meer of mindere contrastrijkheid in de eerste plaats van het materiaal afhangt, kan men, door de ontwikkeltijd te variëren, hier toch nog een vrij grote invloed uitoefenen. Door langer te ontwikkelen wordt het beeld contrastrijker, dus harder. Te lang mag men ook weer niet ontwikkelen, daar dan een sluier ontstaat, die tenslotte de lichte delen van het negatief donker maakt en zo de contrasten weer doet verminderen. Door de ontwikkelaar bij het ontwikkelen sterk in beweging te houden, wordt het ontwikkelde beeld harder. Bij het ontwikkelen ontstaat bromide, dat door de bewegende vloeistof onmiddellijk weggespoeld en verdeeld wordt, voordat het het ontwikkelen vertragen kan.

In het algemeen is het aan te bevelen de ontwikkelaar zo nauwkeurig mogelijk op 68° F of 20° C te houden.

Fixeeroplossingen

In het algemeen werkt men tegenwoordig met zure fixeerbaden, waaraan men soms nog een stof toevoegt, die de gelatine hard en minder oplosbaar maakt. Bij het maken van fixeer, trouwens bij alle oplossingen voor fotografische doeleinden, is de volgorde waarin de stoffen opgelost worden, van het grootste belang. Bij de hierna volgende recepten moeten de stoffen steeds in de aangegeven volgorde opgelost worden. Wanneer men bijvoorbeeld zuur bij een te warme natriumthiosulfaatoplossing voegt, wordt dit zout ontleed onder de vorming van zwavel. Ook aluin moet eerst opgelost worden en dan bij de koude thio-oplossing gevoegd worden. Wanneer men bijvoorbeeld aluin en sulfiet mengt voor men het zuur toegevoegd heeft, ontstaat een neerslag van aluminiumsulfiet, waardoor de samenstelling van het bad anders wordt. Ook de fixeeroplossing moet op 68°F, 20°C gehouden worden; een te warme fixeeroplossing wordt gemakkelijk ontleed.

Algemene opmerkingen

Ook bij de ontwikkelaar is de volgorde van oplossen uiterst belangrijk. Voegt men bijvoorbeeld de soda bij de ontwikkelende stof, dan wordt onmiddellijk een deel hiervan door de zuurstof uit de lucht geoxydeerd. Men moet dus eerst het sulfiet toevoegen en dan de soda. Bovendien moet de vorige stof steeds geheel opgelost zijn voor de volgende toegevoegd wordt. Het water verwarmt men op ongeveer 50℃.Men moet de oplossing echter af laten koelen voor de soda toegevoegd wordt.

In het algemeen moeten de bestanddelen voor de fotografische oplossingen nauwkeurig afgewogen worden. Het aanschaffen van een eenvoudige doch goed wegende balans voor kleine hoeveelheden moet dus aanbevolen worden. In het algemeen moet men bij het maken van foto-oplossingen zeer nauwkeurig en zonder morsen werken.

Kleine hoeveelheden van een vreemde stof, die door vuile vingers of door spatten in een oplossing komen, kunnen alles bederven. Het ergste hierbij is, dat men later dan voor schijnbaar onverklaarbare raadsels staat.

Bij de volgende recepten verstaat men onder natriumsulfiet steeds de watervrije vorm, voor het normale kristalwaterhoudende zout moet men dus het dubbele nemen. De soda is de soort met 1 molecule kristalwater. Heeft men watervrije soda, dan moet men dus ongeveer 17 % minder nemen en van gewone kristalsoda moet men 130 % meer nemen.

De aangegeven ontwikkeltijden zijn alle op een temperatuur van 20℃ berekend.

Tenslotte mag men niet vergeten, dat ieder fabrikaat met een bepaalden ontwikkelaar de beste resultaten geeft. Men moet dus of de aangegeven ontwikkelaar gebruiken of door proeven zelf een ontwikkelaar samenstellen

Ontwikkelaars voor negatieven

Metol-hydrochinon
Voor tankontwikkeling


Metol 0 ,8 g
Natriumsulfiet 45 ,0 g
Kaliummetabisulfiet 4 ,0 g
Hydrochinon 1 ,2 g
Natriumcarbonaat 8 ,8 g
Kaliumbromide 1 ,5 g
Water tot 1
l
Ontwikkeling in 25-30 min.
Voor schalenontwikkeling


Metol 1 ,5 g
Natriumsulfiet 22 ,7 g
Hydrochinon 2 ,5 g
Potas 18 ,0 g
Kaliumbromide 1 ,0 g
Water tot 1
l
Deze oplossing ontwikkelt in 5 tot 7 min.
Een zachter werkende metolhydrochinononrwikkelaar, die voor portretten bijzonder geschikt is, is de volgende:
Voor tankontwikkeling


Metol 1 ,5 g
Natriumsulfiet 21 ,0 g
Natriumbisulfiet 0 ,5 g
Hydrochinon 0 ,5 g
Natriumcarbonaat 8 ,0 g
Kaliumbromide 0 ,5 g
Water tot 1
l
Deze oplossing ontwikkelt in 10 - 15 min.
Voor schalenontwikkeling


Metol 5 ,0 g
Natriumsulfiet 50 ,0 g
Natriumbisulfiet 1 ,0 g
Hydrochinon 1 ,3 g
Natriumcarbonaat 8 ,5 g
Kaliumbromide 1 ,0 g
Water tot 1
l
Deze oplossing ontwikkeld in 5 tot 7 min.

Pyro-tankontwikkelaar

Oplossing A:


Kaliummetabisulfiet 9 ,8 g
Pyrogallol 60 ,0 g
Kaliumbromide 1 ,1 g
Water tot 1
l
Oplossing B:


Natriumsulfiet 105
g
Water tot 1
l
Oplossing C:


Natriumcarbonaat 75
g
Water tot 1
l
Voor tankontwikkeling neemt men 150 cm³ van iedere oplossing en mengt met zooveel water tot men 4 l ontwikkelaar heeft. De ontwikkeltijd bedraagt ongeveer 12 min.

Voor het ontwikkelen in schalen neemt men van elk van de drie oplossingen 1 dl en verdunt met 7 dl water. De ontwikkeltijd bedraagt ongeveer 6 min.

Pyro-soda-ontwikkelaar

Oplossing A:


Pyrogallol 7 ,0 g
Kaliummetabisulfiet 1 ,3 g
Natriumsulfiet 28 ,4 g
Kaliumbromide 0 ,7 g
Water tot 0 ,5 l
Oplossing B:


Natriumcarbonaat 24 ,8 g
Water tot 0 ,5 l
Voor normaal belichte negatieven neemt men gelijke delen van oplossing A en B, voor onderbelichte negatieven neemt men meer oplossing B, voor overbelichte negatieven neemt men meer oplossing A.

Bij het aanzetten van deze ontwikkelaar mengt men het sulfiet eerst droog met het bisulfiet en lost dit mengsel in heet water op. De oplossing wordt nog een minuut doorgekookt, waarna men laat afkoelen. In deze oplossing lost men de pyro op. De ontwikkelaar is, op deze wijze bereid, buitengewoon lang houdbaar.


Pyrometol

Oplossing A:


Natriumbisulfiet 7 ,5 g
Metol 7 ,5 g
Pyrogallol 30 ,0 g
Kaliumbromide 4 ,2 g
Water tot 1
l

Oplossing B:


Natriumsulfiet 150 ,0 g
Water tot 1
l

Oplossing C:


Natriumcarbonaat 75
g
Water tot 1
l
Voor tankontwikkeling neemt men 60 cm³ van iedere oplossing en verdunt tot een liter. Voor schalenontwikkeling neemt men 1 dl van iedere oplossing en verdunt met 8 dl water.

Ontwikkelaar voor onderbelichte negatieven

Metol 15
g
Natriumsulfiet 75
g
Potas 75
g
Kaliumbromide 2
g
Water tot 1
l
Voor het gebruik 1 : 2 verdunnen.

Amidol

Daar deze ontwikkelaar geen alkali bevat wordt de gelatine niet aangetast en is ontwikkelen bij vrij hoge temperaturen nog mogelijk zonder dat de gelatinelaag loslaat; men kan gaan tot 85°F of 30°C.

De volgende ontwikkelaar is goed voor negatieven en geeft met gaslichtpapier fraaie blauw-zwarte afdrukken. De oplossing blijft 2 dagen goed; het is echter beter iedere dag een verse oplossing aan te zetten.

Natriumsulfiet 15 ,0 g
Broomkalium 0 ,5 g
Amidol 4 ,0 g
Kaliumbromide 2
g
Water tot 600
cm²
amidol
Amidol

Metol-pyro (zacht)

Oplossing A:


Metol 3 ,8 g
Kaliummetabisulfiet 13 ,0 g
Pyrogallol 13 ,0 g
Broomkalium 1 ,5 g
Natriumsulfiet 42 ,5 g
Water tot 1000
cm²

Oplossing B:
Natriumcarbonaat 113 ,0 g
Water tot 1000
cm²
Voor normaal belichte negatieven neemt men gelijke delen van beide oplossingen, voor overbelichte negatieven neemt men 2 dl A en 1 dl B, voor onderbelichte negatieven neemt men 1 dl oplossing A en 2 dl B.
Photographers-Formulary-Pyro-Metol-Film
Metol Pyro film developer A+B

Rodinal-ontwikkelaar

Water 625
cm²
Zoutzuur-p-amino-


 fenol 50
g
Kaliummetabisulfiet 150
g

Natriumhydroxyde 215 ,5 g
Water 500
cm²
Als water neemt men uitgekookt en weer afgekoeld gedestilleerd water. Men mengt de eerste drie bestanddelen. Hiernaast lost men het vaste natriumhydroxyde in het water op en voegt van deze loog zoveel bij het mengsel tot het eerst gevormde neerslag weer juist opgelost is. Hiervoor heeft men 340 tot 350 cm² nodig.

De oplossing wordt tenslotte met water tot 1 l aangevuld.

rodinal
Rodinal

Ontwikkelaar voor fijnkorrelige negatieven

Metol 1 ,0 cm²
Natriumsulfiet 32 ,0
Glycine 0 ,5 g
Hydrochinon 0 ,5 g
Natriumcarbonaat 28 ,0 g
Kaliumbromide 1 ,5 g
Citroenzuur 1 ,0 g
Water tot 1
l
Bij juiste belichtingstijd is het negatief in 10 tot 12 min ontwikkeld.
Nog fijner wordt het negatief met de volgende ontwikkelaar:
Metol 2
cm²
Natriumsulfiet 100

Hydrochinon 3
g
Resorcine 2
g
Borax 2
g
Water tot 1
l
Men maakt eerst een oplossing van het metol in 100 cm³ water en een oplossing van het hydrochinon, resorcine en een deel van het natriumsulfiet in 100 cm³ water. De beide oplossingen worden nu gemengd. Hiernaast lost men de rest van het natriumsulfiet en de borax in 200 cm³ water op. Beide oplossingen laat men afkoelen en men giet nu de tweede oplossing in de eerste, roert goed en verdunt dan met de rest van het water.
balgcamera-vintage
Vintage balgcamera

Ontwikkelaar voor grafische emulsies

Zeer hard
Oplossing A:


Natriumbisulfiet 25
g
Hydrochinon 25
g
Kaliumbromide
g
Water tot 1
l

Oplossing B:
Natriumhydroxyde 50
g
Water tot 1
l
Voor het gebruik mengt men gelijke delen van A en B. De ontwikkeling duurt hoogstens 4 min.
Na het ontwikkelen moeten de platen voor het fixeren goed met water afgespoeld worden. Ook mogen de handen niet met den alkalische ontwikkelaar in aanraking komen.
Hard
Metol 0 ,9 g
Natriumbisulfiet 62 ,8 g
Hydrochinon 15 ,7 g
Natriumcarbonaat ,5 g
Kaliumbromide ,1 g
Water tot 1
l

Normaal
Metol 3 ,9 g
Natriumsulfiet 55 ,0 g
Hydrochinon 7 ,9 g
Natriumcarbonaat 39 ,2 g
Kaliumbromide 1 ,8 g
Water tot 1
l
De oplossing wordt voor normaal 1 : 3 verdund, voor zacht 1 : 4.
De ontwikkeltijd is 3 en 4 min.

Ontwikkelaar voor normale negatieven of positieven

Metol 1 ,5 g
Natriumsulfiet 47 ,0 g
Hydrochinon 7 ,9 g
Natriumcarbonaat 47 ,0 g
Kaliumbromide 1 ,5 g
Water tot 1
l
Voor brillante negatieven 1 : 1 verdunnen, voor normale negatieven of positieven 1 : 2 en voor zachte negatieven 1 : 3 verdunnen.

Ontwikkelaar voor röntgen-negatieven

Metol 1 ,0 g
Natriumsulfiet 71 ,7 g
Kaliummetabisulfiet 4 ,0 g
Hydrochinon 7 ,6 g
Natriumcarbonaat 36 ,0 g
Kaliumbromide 4 ,0 g
Water tot 1
l
Röntgenfoto
afb.wikipedia

Ontwikkelaar voor lantaarnplaatjes

Van normale negatieven.


Metol 1 ,5 g
Natriumsulfiet 57 ,0 g
Hydrochinon 14 ,0 g
Natriumcarbonaat 57 ,0 g
Kaliumbromide 1 ,0 g
Water tot 1
l

Van harde negatieven.
Methol 1 ,6 g
Natriumsulfiet 11 ,3 g
Hydrochinin 0 ,6 g
Natriumcarbonaat 29 ,0 g
Kaliumbromide 0 ,6 g
Water tot 0 ,5 l

Van zachte negatieven.
Methol 1 ,0 g
Natriumsulfiet 14 ,0 g
Hydrochinon 3 ,6 g
Natriumcarbonaat 17 ,5 g
Kaliumbromide 0 ,6 g
Water tot 0 ,5 l

Ontwikkelaar voor kinemato-graphische film

Zacht.


Metol , g
Natriumsulfiet , g
Hydrochinon , g
Natriumcarbonaat , g
Kaliumbromide , g
Water tot 1
l

Hard.
Metol 1 ,0 g
Natriumsulfiet 30 ,0 g
Glycine 0 ,5 g
Hydrochinon 2 ,0 g
Soda 25 ,0 g
Broomkalium 1 ,5 g
Citroenzuur 1 ,0 g
Water tot 1
l
Vulcaniseren: 45 min bij 145℃.

Ontwikkelaar voor papier

Voor nagenoeg alle papiersoorten is de volgende metol-hydrochinonontwikkelaar geschikt.
Metol 3 ,3 cm²
Natriumsulfiet 42 ,5 g
Hydrochinon 9 ,7 g
Natriumcarbonaat 71 ,0 g
Kaliumbromide 1 ,0 g
Water tot 1
l
Men verdunt afhankelijk van de soort papier van 1 : 2 tot 1 : 4

Recepten voor speciale soorten papier opgeven heeft hier geen zin. Deze worden door de fabrikanten gewoonlijk in de verpakking ter beschikking gesteld.

Men werkt dan zo nauwkeurig mogelijk volgens de aangegeven recepten. Met vele zeer speciale soorten papier is het alleen mogelijk het gewenste effect te bereiken, wanneer men de voorschriften zo precies mogelijk volgt.

Een zeer zachte ontwikkelaar is de volgende met alleen metol:
Metol 2 ,0 cm²
Natriumsulfiet 28 ,5 g
Soda 42 ,5 g
Kaliumbromide 0 ,3 g
Water tot 0 ,5 l

Ontwikkelaar voor warme kleuren

Recept no. 1.


Natriumsulfiet 35 ,5 g
Hydrochinon 10 ,0 g
Glycine 7 ,0 g
Natriumcarbonaat 78 ,0 g
Broomkalium 2 ,3 g
Water tot 0 ,5 l
Voor het gebruik 1 : 3 verdunnen.
Recept no. 2.


Natriumsulfiet 56 ,8 g
Hydrchinon 4 ,6 g
Glycine 2 ,4 g
Soda 35 ,0 g
Hypo 1 ,2 g
Broomkalium 1 ,2 g
Water tot 1
l
Recept no. 3.


Natriumsulfiet 28 ,4 g
Glycine 14 ,2 g
Potas 74 ,4 g
Broomkalium 7 ,0 g
Water tot 1
l
In deze drie recepten kan men door de hoeveelheid broomkalium te wijzigen, de ontwikkelsnelheid variëren; de temperatuur van de ontwikkelaar speelt ook een groote rol. In het algemeen wordt de kleur warmer door het papier langer te belichten en korter te ontwikkelen.

Zuur bad

Azijnzuur van 82% 50
cm³
Water 950
cm³
Men dompelt de afdrukken na het ontwikkelen in dit verdunde zuur en voorkomt hierdoor het ontstaan van gele ontwikkelaarvlekken in de witte delen van de afdruk. De fixeeroplossing blijft hierdoor ook langer bruikbaar.

Fixeerbad

Een gewone oplossing van natriumthiosulfaat bederft spoedig door de kleine hoeveelheden ontwikkelaar die door het papier medegenomen worden. Verbeterd wordt dit reeds door een tussenbad in te schakelen, dat uit zeer verdund azijnzuur bestaat. Zekerder is nog het fixeerbad zelf zuur te maken. Een eenvoudig en goed werkend zuur fixeerbad is het volgende:
Natriumthiosulfaat (hypo) 250
g
Kaliummetabisulfiet 25
g
Water tot 1
l
Dikwijls voegt men aan het fixeerbad bovendien nog een stof toe, die de gelatine hard en onoplosbaar maakt:
Natriumsulfiet 60
g
Azijnzuur 28% 180
g
Aluin 60
g
Water tot 320
cm³
Hieraan voegt men nu 60 g van de volgende oplossing toe:
Hypo 250
g
Water tot 1
l

Kleur-fixeerbad

Water 100
dl
Natriumthiosulfaat 100
dl
Ammoniumaccetaat 100
dl
Goudchloride 1 : 100 30
dl

Chroomaluin-fixeerbad

Oplossing A:


Hypo 900
g
Natriumsulfiet 85
g
Water tot 3
l
Oplossing B:


Kaliumchroomaluin 57
g
Zwavelzuur 7
g
Water tot 1
l
Voor het gebruik mengt men oplossing B onder goed roeren met oplossing A

Zwavellever-kleurbad

Zonder eerst te bleken kan men bruin kleuren met:
Zwavellever 2
g
Water tot 1000
g

Kleurbad met hypo en aluin

Hypo 117
g
Water (heet) tot 1000
cm³
Aluin 32
g
Af laten koelen en de volgende oplossing toevoegen:
Zilvernitraat 0 ,5 g
Keukenzout 0 ,5 g
Water 70 ,0 cm³
Het mengsel wordt niet gefiltreerd. De oplossing geeft sepia tot purperbruine afdrukken. Het bad werkt pas goed wanneer het wat ouder is. Men kleurt bij zo hoog mogelijke temperatuur, 32°c tot 45℃.

Het kleuren duurt 30 tot 60 mm, Wanneer de gewenste kleur bereikt is, spoelt men met water van dezelfde temperatuur af en wrijft eventueele neerslagen met watten af. Hierna wordt een half uur in stromend water gespoeld.

Sulfide-kleurbad

De afdrukken worden uiterst zorgvuldig gefixeerd en gespoeld. Hierna worden ze in het volgende bad gebleekt:
Broomkalium 7 ,5 g
Rood bloedloogzout 19 ,5 g
Water tot 500
cm³
Hierna worden de afdrukken niet langer dan een minuut afgespoeld en in de volgende sufide-oplossing opnieuw ontwikkeld:
Natriumsulfide (Na₂S) 115
g
Water 500
g

Deze oplossing wordt 1 : 6 verdund. De afdrukken komen hierin zeer vlug met een fraaie bruine kleur terug. Hierna een half uur spoelen. De resultaten die men volgens deze bruin-kleurmethode verkrijgt zijn goed, de afdrukken zijn ook duurzaam. Men moet de oplossingen echter zeer zuiver houden en vooral geen oude bedorven sulfide-oplossing gebruiken. Ook de bleekoplossing mag niet te oud worden. Wanneer het bleken langer dan drie minuten duurt, moet het bad door een nieuw vervangen worden.

fotografe
lens

Kleurbaden

In het algemeen moeten afdrukken, die gekleurd worden, donkerder afgedrukt worden dan normaal, bovendien moet men ze zorgvuldig spoelen. Verder werkt men het beste met normale papiersoorten, daar de zeer bijzondere soorten dikwijls ook hier andere eigenschappen hebben.

Blauw kleurbad

Oplossing A:


Ferriammoniumcitraat 5 ,6 g
Water tot 56 ,7 cm³

Oplossing B:
Rood bloedloogzout 5 ,6 g
Water tot 56 ,7 cm³

Oplossing C:
Azijnzuur 28% 227 ,3 cm³
Water tot 341 ,0 cm³
De drie oplossingen worden kort voor het gebruik gemengd. Men laat de afdrukken zo lang in de oplossing tot de gewenste tint bereikt is. Hierna spoelt men in stromend water tot het wit geheel helder is.

Rood kleurbad

Oplossing A:


Kaliumcitraat 50
g
Water tot 500
cm³

Oplossing B:
Kopersulfaat 7 ,5 g
Water tot 250
cm³

Oplossing C:
Rood bloedloogzout 6 ,5 g
Water tot 205
cm³
Oplossing B wordt langzaam bij A gevoegd, hierna voegt men onder goed roeren C bij het mengsel.

Groen kleurbad

Oplossing A:


Oxaalzuur 7 ,8 g
Ferrichloride 1 ,0 g
Ferrioxalaat 1 ,0 g
Water tot 285
cm³
Water tot 500
cm³

Oplossing B:
Rood bloedloogzout 2
g
Water tot 285
cm³

Oplossing C:
Zoutzuur 28 ,4 g
Vanadiumchloride 2 ,0 g
Water tot 285
cm³
In oplossing C moet men het zuur eerst met het water mengen, de oplossing wordt dan bijna tot koken verhit en hierna voegt men het vanadiumchloride toe.

Men voegt de oplossing B bij oplossing A, en mengt hiermede dan onder goed roeren de oplossing C.

Men laat de afdrukken in de oplossing tot ze donkerblauw zijn. Hierna spoelt men in water tot de kleur groen geworden is.

Indien het wit geelachtig is kan men dit verwijderen door in de volgende oplossing te dompelen:
Ammoniumsulfo-


 cyanaat 1 ,6 g
Water tot 285
cm³

Bliksemlichtpoeder

Magnesiumpoeder 2
dl
Thoriumnitraat droog


 in poeder 1
dl
Kort voor gebruik mengen.

Kleuren van lantaarnplaatjes

Ook de lantaarnplaatjes moeten voor het kleuren uiterst zorgvuldig gespoeld worden. De normale oplossingen voor papier zijn ook hier te gebruiken. Veelal past men de volgende oplossingen toe:
Blauw


Kaliumbichromaat 0 ,1 g
Ferri-aluin 1 ,3 g
Oxaalzuur 3 ,0 g
Rood bloedloogzout 1 ,0 g
Kali-aluin 4 ,8 g
Zoutzuur 1 ,4 cm³
Water tot 1000 ,0 cm³

Bruin


Uranylnitraat 2 ,4 g
Kaliumoxalaat 2 ,5 g
Rood bloedloogzout 1 ,0 g
Ammoniakaluin 5 ,5 g
Zoutzuur 4 ,8 g
Water tot 1000 ,0 cm³
camera-rolleicord

Versterkers

Bleeken in:


Sublimaat (vergif) 8 ,0 g
Broomkalium 8 ,0 g
Water tot 500
cm²
Even afspoelen en herontwikkelen in:
Natriumbisulfiet 21
g
Hydrochinon 21
g
Broomkalium 21
g
Water tot 1
l
Na het herontwikkelen kan men het negatief zachter maken met:
Ammoniak 100
cm²
Water 900
cm²
Men maakt het negatief harder met:
Hypo 100
g
Water 1000
g
Een matige en harmonische versterking verkrijgt men met:
Oplossing A:


Kaliumbichromaat 60
g
Water tot 1
l
Oplossing B:


Zoutzuur 100
cm²
Water 900
cm²
Men bleekt het negatief in een mengsel van 10 dl A; 1 dl B en 40 dl water en wast goed uit.
Hierna herontwikkelen in:
Pyrogallol 6 ,3 g
Potas 25 ,0 g
Broomkalium 1 ,0 g
Water tot 1 ,0 l

Kwikjodideversterker

Natriumsulfiet 100
g
Rood kwikjodide 10
g
Water tot 1000
g
Indien men geen rood kwikjodide kan krijgen kan men het vervangen door 10 g sublimaat en 20 g joodkalium.

De versterker werkt krachtig en vlug, de versterking kan indien nodig herhaald worden tot het maximum bereikt is.

Verzwakkers

Het contrast verzachtend:
Ammoniumpersulfaat 50 ,0 g
Natriumsulfiet 5 ,0 g
Zwavelzuur 4 ,2 cm³
Water tot 500 ,0 cm³
Voor het gebruik verdunt men deze oplossing 1 : 9; bij het verzwakken de vloeistof in beweging houden. Vlug afspoelen en nafixeren in een 10-pcts hypo-oplossing aangezuurd met kaliummetabisulfiet. Een op deze wijze verzwakt negatief kan later weer versterkt worden.
Het contrast wordt versterkt door:
Oplossing A:


Natriumthiosulfaat 28 ,5 g
Water tot 500 ,0 cm³

Oplossing B:


Rood bloedloogzout 57 ,0 g
Water tot 500 ,0 cm³
Men mengt voor het gebruik gelijke delen van oplossing A en B. Deze verzwakker wordt algemeen gebruikt, vooral bij de flauwe negatieven, die hierdoor voor de reproductie beter geschikt worden.
Normaal werkend:
Oplossing A:


Kaliumpermangaat 1
g
Sterk zwavelzuur 1
cm³
Water 500
cm³

Oplossing B:
Ammoniumsulfo-


 cyanaat 12 ,3 cm³
Water tot 500
cm³
Voor het gebruik mengt men gelijke delen van de beide oplossingen. Het verzwakken duurt 1 tot 3 min, hierna wordt in een 1-pcts oplossing van kaliummetabisulfiet gebaad en goed gespoeld. Deze verzwakker werkt zeer gelijkmatig, is dus voor negatieven die goed harmonisch zijn, doch te dicht om normaal gekopieerd te worden.

Fotoschalen reinigen

Kaliumbichromaat 120
g
Zwavelzuur 100
cm³
Water tot 1000
cm³

Ontwikkelaarvlekken verwijderen

Kaliumpermanganaat 15
g
Water tot 1
l
Men wast de handen met deze oplossing tot ze geheel donkerbruin zijn. Hierna wast men in schoon water goed af en behandelt ze dan met de volgende oplossing:
Kaliummetabisulfiet 250
g
Water 1
l
Negatieven die pyrovlekken hebben kan men reinigen door ze te bleken en met een metol-hydrochinonontwikkelaar opnieuw te ontwikkelen.

Foto-bleekoplossing

Oplossing A:


Kaliumpermanganaat 5
g
Water 1
l

Oplossing B:


Keukenzout 70
g
Sterk zwavelzuur 4
l
Water tot 1
l
Voor het gebruik gelijke delen van beide oplossingen mengen. Na het bleken reinigen in een 1-pcts oplossing van natriumsulfiet en bij daglicht herontwikkelen met metol-hydrochinon.

Een dichroitische sluier kan men dikwijls verwijderen met thiocarbamide-oplossing:
Thiocarbamide 20
g
Citroenzuur 10
g
Water tot 1
l

Acetaat-filmkleefstof

Ethylacetaat 100
cm³
Aceton 10
cm³
Acetylcellulose 2
g
IJsazijn 30
cm³

Blauwe vlekken

Bij sommige sterk rood gevoelige platen en filmen blijft na het fixeren een blauwe sluier of blauwe vlekken achter. Deze kunnen verwijderd worden door in een verdunde ammoniakoplossing of in een 10-pcts natriumsulfietoplossing na te baden.

Desensibiliseren

Bij alle ontwikkelaars, behalve die welke borax bevatten, kan men het ontwikkelen van kleurgevoelige platen veel gemakkeliiker maken door een desensibilisator te gebruiken. Men gebruikt hiervoor het pinacryptolgeel en het pinacryptolgroen.

Men kan de te ontwikkelen negatieven òf eerst in de oplossing baden, òf men voegt de desensibilisator onmiddellijk aan de ontwikkelaar toe. In beide gevallen moet men met het toelaten van het sterkere licht wachten tot de ontwikkeling begonnen is. Hierna kan men zonder gevaar het negatief bij normaal oranje tot rood licht verder ontwikkelen. De ontwikkeling wordt door deze toevoeging iets vertraagd, duurt 25 tot 30 % langer.

boy-camera

Geëtste lijnen vullen

Om de tekening beter zichtbaar te maken vult men de lijnen met het volgende mengsel:
Witte bijenwas 10
dl
Krijtwit 5
g
Deze worden samen gesmolten.

Staal etsen

Salpeterzuur 32
dl
Zoutzuur 3
dl
Spiritus 16
dl
Water tot 96
dl

Zink etsen

- Methode no. 1.
Ammoniumnitraat 3
dl
Ammoniumfosfaat
dl
Calciumchloride ¼
dl
Fluorwaterstofzuur ½
dl
Arabische gomoplossing 80
dl
- Methode no. 2.
Fosforzuur 1
dl
Galluszuur 2
dl
Arabische gomoplossing 8
dl
Water 14
dl

Aluminium etsen

Ammoniumbichromaat-


 oplossing 10% 1
dl
Fosforzuur 20% 1
dl
Arabische-gomoploss. 8
dl
Water 8
dl

Natriumfosfaat 15
g
Natriumnitraat 15
g
Heet water 2
l
Fosforzuur 80% 30
g
Men verdunt 1 dl salpeterzuur met 7 dl water en verzadigt het zuur met zink.

De verkregen zinknitraatoplossing mengt men met het halve volume Arabische-gomoplossing en verdunt met zoveel water als nodig is.

Steen etsen

Men voegt zoveel salpeterzuur bij een Arabische-gomoplossing tot men juist een inwerking op de steen waar kan nemen.

Collodium

Nitrocellulose 15 tot 20 sec 3
dl
Ether 48 ,5 g
Alcohol 48 ,5 dl

Waterspatten op negatieven

Waterspatten kan men verwijderen door te bleken in een oplossing van 1 g kaliumbichromaat en 2 cm³ zoutzuur in 100 cm³ water en opnieuw te ontwikkelen met een elon-hydrochinonontwikkelaar.

Ontwikkelende fixeeroplossing

Metol 5-10
g
Hydrochinon 15-20
g
Natriumsulfiet 50-80
g
Soda (gecalc.) 30-40
g
Natriumhydroxyde 20-30
g
Kaliumbromide 5-10
g
Natriumthiosulfaat 250-300
g
Ammoniumpicraat 3-5
g
Water 1000
g

Zilver terugwinnen uit film

Men kookt 40 kg filmafval met 100 l water, waarin men 1 kg natriumhydroxyde opgelost heeft. De oplossing gebruikt men om nog eens 40 kg film uit te koken. Bij kookhitte voegt men nu zoveel zoutzuur toe tot de gelatine geheel gecoaguleerd is. Het neerslag wordt afgefiltreerd en in een moffeloven bij 500° tot 600° C verast. De rest wordt met de drievoudige hoeveelheid soda gemengd en in een kroes gesmolten. Het zilver smelt men met iets salpeter tot het oppervlak spiegelt.

Uit oude fixeerbaden wordt het zilver met natriumsulfide neergeslagen en met ijzervulsel samengesmolten. Het verkregen zilver wordt dan gereinigd.

vintage-balgcamera
Vintage balgcamera

Gelatine harden

Formaline 100
cc
Potas 100
g
Water 1000 cc

Gelatinefilm reinigen

Alcohol 98-99
dl
Diethylamine 2-1
dl

Lenzen reinigen

Water 100
cc
Alcohol 30
cc
Salpeterzuur 3 druppels
Een schoon katoenen lapje met de oplossing vochtig maken en de lens hiermee reinigen; dan goed droog poetsen.

Zuurpasta

Geactiveerde colloïdale klei 6
dl
Water 70
dl
Zoutzuur 28
dl
Men laat de klei een nacht met het water staan en voegt dan het zuur toe.
kodak
filmrolletje
Uit Mengen & Roeren II (1938)

Electrotype

Hieronder verstaat men het langs galvanische weg vervaardigen van een cliché. Men giet eerst een dun laagje was, dat uit ozokeriet (aardwas) met enkele toevoegingen bestaat op een plaat van lood, koper of aluminium. De te reproduceren plaat perst men nu hydraulisch op deze wasplaat; de vorm bevat nu dus het negatief.

Deze vorm wordt met behulp van zachte borstels met uiterst fijne grafiet ingewreven en gewoonlijk brengt men nu eerst een dun laagje koper op door de vorm met een verdunde oplossing van kopersulfaat te overgieten en hierin ijzervijlsel te strooien. Het ijzervijlsel maakt uit de oplossing metalliek koper vrij, dat zich op het grafiet afzet.

Om de grafietlaag nu electrisch te kunnen verbinden, maakt men of direct contact met de metalen plaat waarop de waslaag zich bevindt, in welk geval de plaat met was geïsoleerd moet worden, òf men giet in het was een stukje koper en verbindt dit stukje koper met het grafiet.

De vorm wordt nu in een aangezuurde kopersulfaatoplossing gehangen. Men laat 1 tot 1½ uur een electrische stroom doorgaan tot zich een koperlaagje van 0,15 tot 0,25 mm afgezet heeft.

Het koper wordt nu met heet water van den wasondergrond losgemaakt en met een dun laagje soldeer, uit 35 % tin en 65 % lood bestaande, samengesoldeerd. Hierna giet men een dikke laag electrotyp-metaal op de vorm. Dit metaal bestaat gewoonlijk uit 3 tot 4 % tin en antimoon en de rest is lood.

Het ruwe cliché moet nu door mechanische bewerking in een geschikte vorm gebracht worden, wordt gelijkmatig tot een bepaalde dikte afgeschaafd, eventueel kan het voor rotatiedruk tot een cilinder gebogen worden.

Voor zeer fijn werk perst men de vorm direct in dun bladlood. Dit lood wordt dan met chroomzuur behandeld, opdat het koper niet te vast hecht, en dan normaal verder behandeld.

Voor beter werk brengt men op de wasvorm eerst een dun laagje nikkel op en dan pas het koper. Deze methode mag niet verwisseld worden met het vernikkelen van geheel afgewerkte electrotypieën. Voor cliché's, waarvan men buitengewoon veel afdrukken wil maken, past men tegenwoordig het verchromen toe.

Fotografie-ontwikkeling, papiersoorten en meer ...

Het fotograferen berust in het algemeen op het feit, dat bepaalde stoffen door het belichten andere eigenschappen verkrijgen.

Dat zilververbindingen onder invloed van licht donker worden, was reeds sinds lange tijd bekend, toen de arts Schultze deze eigenschap voor het maken van prenten toepaste. In 1816 slaagde Nicephore Niepce er in met behulp van asfalt beelden te maken, die gefixeerd konden worden. Hij loste een bepaalde soort asfalt in lavendelolie op en bestreek koperen platen met deze oplossing. Na in het donker gedroogd te zijn, werden de platen in een reeds sinds de 16e eeuw bekende camera obscura belicht. Hierna werden de platen weer met lavendelolie behandeld en daar de belichte plaatsen onoplosbaar geworden waren, ontstond een afbeelding van het opgenomen voorwerp. Later maakte hij met dezelfde platen afdrukken van tekeningen, etste de platen en drukte hiermee zijn heliografieën.

Daguerre maakte in 1838 gevoelige platen door op gepolijste zilveren platen dampen van jodium in te laten werken. De platen bedekten zich dan met een laagje gevoelig zilverjodide, ze werden in de camera obscura belicht en met dampen van kwikzilver ontwikkeld. De methode werd verbeterd door Goddard, die met broom, en door Claudet, die met chloor werkte, waardoor de lichtgevoeligheid aanmerkelijk verhoogd werd.

De volgende stap deed Fox Talbot, die de opnamen op papier maakte, dat hij afwisselend met joodkalium en met zilvernitraat behandeld had. Hij belichtte slechts een korte tijd en ontwikkelde het latente beeld met een mengsel van galluszuur en zilverzout. Het verkregen papiernegatief werd dan weer gefotografeerd en op deze wijze kon men voor het eerst van een opname een willekeurig aantal positieven maken. Op dezelfde wijze maakt men tegenwoordig weer de bekende fotocopieën en zelfs normale opnamen in de zogenaamde snelfotografie.

Een neef van Niepce, Niepce de St. Victor, nam glas in de plaats van het papier, bestreek het met een eiwitoplossing en drenkte de eiwitlaag afwisselend met zilverzout en joodkalium. Daar het eiwit zeer gemakkelijk bedierf, werd dit door Le Gray door collodium, nitrocellulose, vervangen. Hij goot een dunne laag collodiumoplossing waaraan joodkalium toegevoegd was, op een glazen plaat en drenkte deze dan met zilvernitraat, waardoor in de laag het lichtgevoelige joodzilver ontstond. De plaat moest in natte toestand belicht worden en dit natte procédé werd gedurende lange tijd door de fotografen in de gehele wereld met veel succes toegepast.

De natte collodiumplaten werden door de droge gelatineplaten vervangen, die J. Maddox, een Engelse arts, voor het eerst vervaardigd heeft. Terwijl het hoofdprincipe van de moderne fotografie hiermee dus eigenlijk geheel vaststond, heeft de ontdekking dat bepaalde kleurstoffen het verloop der reacties op de gevoelige plaat zeer kunnen beïnvloeden, de fotografie eigenlijk pas zo volmaakt gemaakt, als we haar tegenwoordig kennen.

De verschillend gekleurde stralen, waaruit het witte licht bestaat, zijn chemisch ook verschillend actief; dit betekent dat voor de in de fotografie gebruikte zilververbindingen blauw licht veel intensiever inwerkt dan het rode licht. Hierop berust ook de mogelijkheid normale platen bij rood licht te ontwikkelen, daar het rode licht nagenoeg niet in staat is zilververbindingen te ontleden.

De blauwe, de violette en nog meer de ultraviolette lichtstralen daarentegen werken reeds in geringe lichtsterkte op het zilverjodide in. Het gevolg is dat bij het maken van een opname de blauwe stralen de plaat reeds voldoende belicht hebben, wanneer de gele en rode stralen nog nagenoeg niet ingewerkt hebben. Men fotografeert in dit geval dus practisch alleen met de ultraviolette, de violette en de blauwe lichtstralen. Het is duidelijk, dat op deze wijze de verhouding van wit tot zwart in de fotografie niet juist kan zijn en iedereen weet dan ook dat rood als geheel zwart weergegeven wordt.

Men ontdekte toen echter dat bepaalde kleurstoffen, aan de gevoelige laag toegevoegd, de gevoeligheid van de zilververbindingen voor rood licht aanmerkelijk verhogen. Door met verschillende van zulke kleurstoffen te impregneren, kan men de gevoeligheid van de platen voor de verschillende kleuren zodanig regelen, dat het beeld de kleuren in de juiste verhouding weergeeft.

Over de aard van het onzichtbare, latente beeld in de niet ontwikkelde plaat, weet men nog niets geheel zeker. Stellig hebben we hier samenwerking tussen natuurkundige, chemische en colloïdchemische verschijnselen.

In de laatste 40 jaar wordt door een groot aantal onderzoekers hardnekkig naar een methode gezocht om op een eenvoudige wijze fotografieën in natuurlijke kleuren te maken. Het maken van drie verschillende opnamen in de drie hoofdkleuren werd bij de rastermethode vermeden, waarbij de drie opnamen in één plaat gemaakt werden. De beste uitzichten biedt de uitvinding waarbij men stoffen gebruikt, die na het belichten tot een kleurstof ontwikkeld kunnen worden met dezelfde kleur als het licht dat ze getroffen heeft. Door een combinatie van enige van dergelijke stoffen is men er reeds in geslaagd positieven op glas in zeer natuurlijke kleuren te maken; het wachten is alleen nog op het papierpositief.

Voor het reproduceren van tekeningen gebruikt men in vele gevallen nog andere lichtgevoelige stoffen. Bekend zijn het ijzeroxalaat, uraniumzouten, kaliumbichromaat-gelatine en chroom-eiwit, platinaverbindingen en tegenwoordig ook een aantal organische stikstofverbindingen. Ook voor het maken van afdrukken van negatieven, waarin men bepaalde persoonlijke kunstuitingen vast wil leggen, worden deze stoffen toegepast.

De lichtgevoelige gelatine wordt verkregen door oplossingen van zilvernitraat, broomkalium en gelatine op een bepaalde wijze te mengen, waarbij de eigenschappen van de verkregen emulsie van de wijze van samengieten afhangen. De verkregen emulsie moet nu met gedestilleerd water gewassen worden, om alle oplosbare verbindingen te verwijderen. Daar de gevoeligheid nu gewoonlijk nog niet voldoende is en deze bij het staan van de emulsie toeneemt, laat men de emulsie hierna rustig rijp worden, tot de gewenste gevoeligheid bereikt is. Om het bederven van de gelatine te verhinderen, voegt men gewoonlijk een ontsmettingsmiddel toe.

Met behulp van machines giet men op de glazen platen of op de films een zo gelijkmatig mogelijke laag van deze gelatine-oplossing en laat drogen. Al deze bewerkingen moeten natuurlijk in het donker of bij inactief licht uitgevoerd worden.

De kleurstoffen waarmede men de emulsies sensibiliseert, dus voor alle kleuren gelijkmatig gevoelig maakt, kan men aan de emulsie toevoegen of men kan de gereed zijnde platen in een oplossing dompelen.

Daar het ontwikkelen van deze gesensibiliseerde platen in het donker of bij een zeer speciale soort licht zou moeten geschieden, past men voor het ontwikkelen veelal een desensibiliseeren toe met kleurstoffen, die de werking der eerste kleurstoffen weer opheffen.

Terwijl het gewone fotografische papier op nagenoeg dezelfde wijze als de platen en films gefabriceerd wordt en ook in principe dezelfde grondstoffen gebruikt worden, berusten enkele, gedurende een bepaalde tijd veelvuldig gebruikte papiersoorten, op een ander principe.

Voor de bekende platina-afdrukpapieren drenkte men de gevoelige laag met een oplossing van ferrioxalaat. Bij het belichten wordt het ferrioxalaat tot het ferrozout gereduceerd, waarbij het beeld iets zichtbaar wordt. Behandelt men het belichte papier nu met een oplossing van een edelmetaalzout, bijvoorbeeld platinachloride, dan wordt het metaalzout door het ferro-oxalaat gereduceerd en het beeld wordt nu duidelijk zichtbaar. De edelmetaalzouten kan men ook direct in de gevoelige laag aanbrengen en een variatie van deze methode met ferricitraat en zilverzout wordt nog voor het reproduceren van tekeningen gebruikt.

Terwijl de bekende lichtdrukpapieren die blauwe afdrukken geven, ook op de gevoeligheid van ijzerzouten berusten, maakt men voor de nieuwe procédé's van de lichtgevoeligheid van bepaalde organische azoverbindingen gebruik. Men werkt met diazoprimulin en met diazoanhydriden.

Van der Grinten werkt met p-diazofenyldialkylaminen en phloroglucine, waarbij de tekeningen in een zeer fraaie zwarte kleur verschijnen.

Negatief blauw lichtdrukpapier

Ferriciaankalium 500
dl
Ferriammoniumcitraat 850
dl
Citroenzuur 250
dl
Water 14000
dl
Met 15 liter van deze oplossing kan men ongeveer 1000 m² papier prepareren. Door oxaalzuur toe te voegen, kan men de gevoeligheid van het papier verhogen, het wordt dan echter minder houdbaar. Voor het verkrijgen van heldere afdrukken wordt ook nog een kleine hoeveelheid kaliumbichromaat toegevoegd.

Positief lichtdrukpapier

Ferrickloride 800
dl
Ferrisulfaat 200
dl
Wijnsteenzuur 150
dl
Gelatine (zuiver) 500
dl
Water 9000
dl
De gelatine laat men eerst in een deel van het water inweken, lost de gelatine dan door verwarmen op. Hiernaast lost men de zouten en het wijnsteenzuur in water op en vermengt dan de beide oplossingen. Van deze oplossing strijkt men een dunne laag op zuiver papier en laat 8 dagen drogen.

Onmiddellijk na het belichten moet men het papier in een oplossing van 7,5 g galluszuur in 1 liter water ontwikkelen. Aan de galluszuuroplossing kan men een paar gram oxaalzuur toevoegen (probeeren hoeveel !).

Vele fabrieken brengen op het gedroogde papier een dunne laag van uiterst fijn droog galluszuur op, het papier wordt dan door het eenvoudig nat te maken ontwikkeld.

Sepiapapier

Bruin ferriammonium-


 citraat 260
dl
Citroenzuur 92
dl
Zilvernitraat 100
dl
Water 2000
dl
Het zilvernitraat wordt eerst in de helft van het water opgelost, het zuur en het zout in de andere helft en hierna worden de beide oplossingen gemengd. De oplossing wordt op het papier opgestreken, zodanig dat men per m² papier 0,2 tot 0,5 g zilvernitraat gebruikt.

Na het belichten wordt het negatief in water gelegd en het beste met een 5-pcts oplossing van natriumthiosulfaat gefixeerd

Diazopapier

1,2-diazonaphtol-4-sulfo-


 zuur 1
dl
Water 400
dl
Met deze oplossing wordt het papier bestreken.

Naphtol 1
dl
Water 400
dl
Met deze oplossing wordt het belichte papier bestreken.
vintage-boxcamera

Bromidepapier

Gelatine 2000
dl
Broomkalium 800
dl
Joodkalium 6
dl
Water 20000
dl

De gelatine wordt in de oplossing van de zouten een nacht ingeweekt en dan door verwarmen op 60° C opgelost. Bij deze temperatuur laat men langzamerhand de volgende oplossing bij de eerste oplossing toevloeien:

Zilvernitraat 1000
dl
Water 10000
dl
Hierna laat men de oplossing afkoelen en de gestolde oplossing wordt in kleine stukjes gesneden. De stukjes der emulsie worden met gedestilleerd water gewassen om de oplosbare zouten te verwijderen. Hierna wordt de emulsie weer gesmolten en 1 tot 3 uur op 60°C verwarmd, waarbij de emulsie rijp wordt en dus de eigenlijke lichtgevoeligheid verkrijgt. Deze tijd kan men korter maken door de pH der emulsie met iets ammoniak op 6,8 tot 7 te brengen.

Nu voegt men aan de emulsie nog 2000 dl gelatine toe, die men eerst in water geweekt heeft, voegt iets chroomaluin en iets saponine toe en verdunt de emulsie tot de totale hoeveelheid 55 000 dl bedraagt.

55 liter van deze emulsie is voldoende voor het bestrijken van 350 m² papier, dat de gevoeligheid heeft van het normale vergrootingspapier.

Chloorzilverpapier

Emulsiegelatine 5000
dl
Water (gedest.) 50000
dl
Zuiver keukenzout 315
dl
Citroenzuur 100
dl
Water 3000
dl
De gelatine wordt in de grote hoeveelheid water geweekt en bij 50°C in een waterbad gesmolten. Aan deze gelatine-oplossing voegt men de oplossing van het zout en het citroenzuur in de rest van het water toe. Bij 50°C mengt men nu de gelatineoplossing met de volgende oplossing:
Zilvernitraat 625
dl
Gedest.water 6000
dl
De verkregen emulsie wordt nog 2 uur op 50°C gehouden, hierna voegt men 250 dl van een 10-pcts violette chroomaluinoplossing toe, die men bij gewone temperatuur bereid heeft. Tenslotte voegt men nog 1500 dl alcohol toe en zoveel warm water tot het gewicht der emulsie 75 000 dl bedraagt.

De emulsie wordt op glad barietpapier opgestreken en men verkrijgt een glanzend gaslichtpapier. Op mat barietpapier wordt het mat, of men voegt aan de emulsie 1000 dl rijststijfsel koud toe.

Naast deze niet gewassen emulsie, maakt men ook chloorzilveremulsies, die juist als de bromide-emulsies gewassen worden en dus geen oplosbare zouten meer bevatten. Deze worden met formaldehyde gehard en kunnen dan bij hogere temperatuur gedroogd worden.

Platen-emulsie

Oplossing 1:


Gelatine 16
dl
Water 120
dl
Ammoniumbromide 7
dl
10-pcts kaliumjodide-opl. 3
dl

Oplossing 2:
Zilvernitraat 10
dl
Water 50
dl
Ammoniak s.g. = 0,91, zoveel tot het eerst gevormde neerslag weer opgelost is.
De eerste oplossing wordt op 42°/44°C verwarmd en hieraan binnen 1 minuut de helft van oplossing no. 2 toegevoegd. Men houdt het mengsel nu drie kwartier op dezelfde temperatuur en voegt dan de tweede helft van oplossing no. 2 toe.

Na 5 minuten voegt men 10 dl droge gelatine toe, roert zolang tot deze gelatine opgelost is en laat de emulsie dan in een ijskast afkoelen. De gestolde emulsie wordt nu met gedestilleerd water gewassen en laat men zo lang rijpen tot de gevoeligheid juist is.

De emulsie wordt nog juist vloeibaar op de gezuiverde glasplaten gegoten.

Collodium-emulsie

Oplossing 1:


Zinkbromide 6
dl
Nitrocellulose (collodium)
dl
Alcohol 160
dl
Ether 280
dl

Oplossing 2:
Zilvernitraat 3 ,15 dl
Water 2
dl
Alcohol
dl
Oplossing 2 voegt men langzaam onder goed schudden bij oplossing 1.

De roomachtige emulsie laat men 36 uur staan en schudt van tijd tot tijd goed door. Hierna wordt de overmaat aan zilvernitraat door toevoegen van 3 dl van een alcoholische cobaltchlorideoplossing (1 : 8) neergeslagen. Om de oplosbare zouten te verwijderen, giet men de emulsie in een dunnen straal in water, dat herhaaldelijk ververst moet worden. De emulsie wordt droog bewaard.

Voor het gieten van een plaat lost men 3,5 tot 4 g der emulsie in 50 cm³ alcohol en 50 cm³ aether met 0,2 g chininesulfaat op. De oplossing wordt gefiltreerd en op een absoluut schone glazen plaat gegoten. Het glas wordt met een 5-pcts oplossing van caoutchouc in benzine voorgeprepareerd.

Pyrocatechine-fosfaatontwikkelaar

Oplossing a:
Gekristalliseerd natriumsulfie 25
dl
Pyrocatechine 5
dl
Water 250
dl

Oplossing b:
Trinatriumfosfaat 50
dl
Natriumhydroxyde 5
dl
Water 250
dl
Men ontwikkelt met een mengsel van 1 dl oplossing a, 1 dl oplossing b en 1-3 dl water. Men voegt een paar druppels broomkaliumoplossing toe.

Fixerende ontwikkelaar volgens dr. Vogel

Gekristalliseerd natriumsulfiet 30
dl
Water 85
dl
Kaliumhydroxyde 7
dl
Pyrocatechine 7
dl

Men ontwikkeld met:
Bovenstaande ontwikkelaar 12
dl
Natriumthiosulfaatopl. 1:5 22
dl
Water 32
dl
miranda-camera

Adurol-ontwikkelaar

Water 300
dl
Gekrist.natriumsulfiet 120
dl
Potasch 90
dl
Adurol
dl
De ontwikkelaar wordt 1:3 verdund.

Eikogeen-hydrochinonontwikkelaar

Oplossing a.
Gedestilleerd water 1000
dl
Natriumsulfiet 120
dl
Eikogeen 16
dl
Hydrochinon 4
dl

Oplossing b.
Water 1000
dl
Potas 120
dl
Men ontwikkelt met 2 dl oplossing a, 1 dl oplossing b en 1 dl water.

Ferro-oxalaatontwikkelaar

Oplossing a.
Kaliumoxalaat 240
dl
Water 1000
dl
Citroenzuur 4
dl
Ammoniumcitraatopl. 60
dl

Oplossing b.
Ferrosulfaat 120
dl
Water 1000
dl
Zwavelzuur 1
dl

Oplossing c.
Verzadigde ammoniumcitraatoplossing, die men verkrijgt door 1 dl citroenzuur in 5 dl gedestilleerd water op te lossen, met sterke ammoniak tegenover lakmoes precies te neutraliseeren en met water op 8 dl in het geheel te verdunnen.

Men mengt nu 1 dl van oplossing b met twee dl van oplossing a en ½ dl water. Op 100 cm³ ontwikkelaar voegt men 3-6 druppels 10-pcts broomkaliumoplossing toe.

Omkeerontwikkeling ontwikkelaar

Oplossing a:
Hydrochinon 10
dl
Watervrij natriumsulfiet 70
dl
Watervrije soda 35
dl
Broomkalium 8
dl
Rhodaankalium 3
dl
Water 1000
dl

Oplossing b:
Natriumhydroxyde 100
dl
Water 1000
dl
Voor het gebruik mengt men 950 dl van oplossing a met 50 dl van oplossing b. Men ontwikkelt het beste bij 19°C en spoelt gedurende 5 minuten.
kodak-1935

Ontzilveringsbad

Kaliumbichromaat 5
dl
Zwavelzuur 9
dl
Water 1000
dl
Hierna 5 minuten spoelen

Klaarbad

Watervrij natriumsulfiet 10
dl
Water 90
dl

Herontwikkelaar

Metol 2
dl
Hydrochinon 5
dl
Gekristall. natriumsulfiet 100
dl
Potas 30
dl
Broomkalium 1 ,5 dl
Water 1000
dl

Versterker

Oplossing a:
Hydrochinon 10
dl
Citroenzuur 6
dl
Water 1000
dl
Oplossing b:
Zilvernitraat 15
dl
Water 300
dl
Kort tevoren 3 dl b met 10 dl a mengen.
duhe-vergrotingskoker
Duhe vergrotingskoker 1935 - CC BY
Duhe - Museon, Netherlands

Verzwakker

Oplossing a:
Kaliumpermanganaat 2
dl
Water 1000
dl
Oplossing b:
Natriumthiosulfiet 10
dl
Natriumbisulfiet 15
dl
Water 1000
dl

Titel-ontwikkelaar

Metol 1
dl
Hydrochinon 8
dl
Natriumsulfiet, gekristall. 80
dl
Potas 50
dl
Broomkalium 5
dl
Gedestilleerd water 1000
dl

Omkeerontwikkelaar (Gevaert)

Metol 2
dl
Hydrochinon 8
dl
Natriumsulfiet, gekristall. 50
dl
Potas 50
dl
Rhodaankalium 5
dl
Broomkalium 5
dl
Water 1000
dl

Uraniumversterker

Rood bloedloogzout 3
dl
Uraniumnitraat 3
dl
Natriumacetaat 3
dl
IJsazijn 30
dl
Gedestilleerd water 300
dl

Aluin-kleurbad

Water 1000
dl
Natriumthiosulfaat 200
dl
Kali-aluin 45
dl
Het thiosulfaat wordt in het hete water opgelost. Aan deze oplossing voegt men nu langzamerhand de aluin toe, waarbij een wit neerslag ontstaat. Voor het gebruik moet het bad op 30°C verwarmd worden.

Wanneer het bad enige tijd in gebruik geweest is, kan men met de oplossing de gele sluier, die bij het ontwikkelen of fixeren ontstaat, oplossen.

agfa-film

Koperversterker

Oplossing 1:
Water 500
dl
Citroenzuur kalium 50
dl
Oplossing 2:
Water 100
dl
Kopersulfaat 10
dl
Oplossing 3:
Water 100
dl
Rood bloedloogzout 10
dl
Voor het gebruik mengt men 80 dl oplossing 1 en 12 dl oplossing 2 met 10 dl oplossing 3. Na het versterken wordt het negatief kort gespoeld. Het te versterken negatief mag vooral geen spoor natriumthiosulfaat bevatten, het moet dus eventueel nog extra gespoeld worden.

Koper-verzwakker

Water 100
dl
Kopersulfaat 5
dl
Broomkalium 5
dl

Het negatief wordt eerst minstens een kwartier in water gelegd en dan eerst legt men het negatief in de verzwakker.

Na het verzwakken wordt het negatief in een 10-pcts oplossing van natriumthiosulfaat gefixeerd en goed gespoeld.

Fixeerbad

Natriumthiosulfaat 250
dl
Kaliummetabisulfiet 25
dl
Water 1000
dl

Fixeerbad

Water 500
dl
Natriumthiosulfiet 120
dl
Natriumbisulfiet 10
dl
Kaliumchroomaluin 10
dl
Ammoniumchloride 14
dl
Dit fixeerbad moet iedere dag nieuw aangezet worden. Hiertoe maakt men een grotere hoeveelheid thiosulfaatoplossing en van de andere drie zouten apart en mengt kort voor het gebruik.
moderne-doka
Moderne doka met vergrotingskokers

Verzwakken zonder aan scherpte te verliezen

Bad 1:
Water 400
dl
Kaliumbichromaat 3
dl
Zuiver zoutzuur 15
dl
Kali-aluin 20
dl

Bad 2:
Water 100
dl
Natriumsulfiet (watervrij) 3
dl
Amidol 0 ,5 dl
Alcohol 100
dl
Het negatief wordt bij het volle daglicht in het eerste bad gebleekt, gespoeld tot de gele kleur van het negatief verdwenen is en het water ook niet meer geelachtig afloopt.

Hierna wordt in de ontwikkelaar Bad II herontwikkeld, echter niet tot het gehele negatief weer geheel gedekt is, doch zover als men het voor juist houdt. Tenslotte wordt op de gewone wijze gefixeerd en gespoeld.

Bij deze methode bereikt men dat de onscherpe delen van het negatief die aan de glas- of filmzijde zitten, niet herontwikkeld worden. Alleen de scherpe deelen aan de oppervlakte blijven bestaan en het beeld verliest dus niet aan scherpte.

Twee-bad-ontwikkelaar voor kunstlichtopnamen

Oplossing I:
Water 1000
dl
Metol 3
dl
Natriumsulfiet (watervrij) 30
dl

Oplossing II:
Water 1000
dl
Soda (watervrije) 15
dl
Natriumsulfiet (watervrij) 10
dl
Bij het aanzetten van het eerste bad lost men eerst een weinig van het sulfiet in water van 45°C op, hierna het metol en tenslotte het sulfiet.

Men ontwikkelt het negatief, afhankelijk van de aard van de opname, eerst 3 tot 6 minuten in opl. I en dan zonder afspoelen 3 minuten in opl. 11.

De ontwikkelmethode is geschikt voor kort belichte kunstlichtopnamen en voor tegenlichtopnamen.

Jessie-Tarbox-Beals
Jessie Tarbox Beals, Amerika's eerste photojournaliste

Ontwikkelaar voor het verkrijgen van fijnkorrelige negatieven

Volgens Sease
Water 500
dl
Watervrij natriumsulfiet 45
dl
Parafenyleendiamine 5
dl
Glycine 4
dl
15-20 minuten ontwikkelen.

Volgens Harry Champlin
Water 1000
dl
Metol 2 ,5 dl
Watervrij natriumsulfiet 45
dl
Benzoëzuur 1
dl
Salicylzuur 0 ,5 dl
Boorzuur 2 ,5 dl
Glycine 11 ,5 dl
Parafenyleendiamine 11 ,5 dl
Van het water worden 900 dl op 30° C verwarmd en in dit water lost men in de aangegeven volgorde de precies afgewogen hoeveelheden der zuivere chemicaliën op. Alleen het paraphenyleendiamine lost men bij 70°C in de rest van het water, mengt de oplossingen en laat afkoelen.
De ontwikkelaar moet voor het gebruik gefiltreerd worden.
Recept no.15 van Harry Champlin
Gedestilleerd water 1000
dl
Pyrogallol 3 ,5 dl
Watervrij natriumsulfiet 60
dl
Boenzoëzuur 1 ,2 dl
Salicylzuur 0 ,5 dl
Boorzuur 2 ,5 dl
Tannine 1
dl
Glycine 11 ,5 dl
kodak-film




 
Wij onthouden ons van iedere verantwoordelijkheid, met betrekking tot fouten in de informatie, eventuele schadelijkheid van vermelde
stoffen en eventuele schadelijke gevolgen van het werken met chemische stoffen of van het opvolgen van recepten op deze website.
Wees voorzichtig met chemische stoffen. Lees!
copyright © 2024 -
vindikhier.nl - all rights reserved