mengen-en-roeren-2

Zeep en Reinigingsmiddelen zelf maken en proeven doen


In den tijd van Homerus werd de was alleen met behulp van schoon water gereinigd. Later werden planten toegevoegd, die zeepachtige eigenschappen hadden, terwijl de Grieken nog later ook plantenas en natuurlijke soda gebruikten. Paulus van Aegina wist omstreeks 100 jaar na Chr. reeds, dat men loogzout (plantenas) met kalk sterker kon maken. Het normale wasmiddel bij de Romeinen was rottende urine. Het gevormde ammoniumcarbonaat maakt de urine alkalisch en deze lost hierdoor vettig vuil op. Het is begrijpelijk dat de Fullonen, die in het oude Rome voor het wassen zorgden, in een zeer slechte reuk stonden en hun werkplaatsen buiten de stad moesten hebben.

De oudste schrijver, die zeep vermeldt, is Plinius, die bij de uitbarsting van de Vesuvius om het leven gekomen is. Volgens hem werd een mengsel van houtas en geitenvet bij de Galliërs en bij de Germanen voor het verven der haren gebruikt.

Het is dus mogelijk dat de Galliërs en de Germanen de uitvinders van zeep zijn, waarschijnlijk hebben deze volkeren het reeds van de Phoeniciërs geleerd. Men moet zich voorstellen, dat men oorspronkelijk alleen een mengsel van houtas, water en vet maakte en dat men eerst langzamerhand er toe overging de houtas met behulp van kalk te causticeren (= in loog omzetten)

De bekende dokter Galenus noemt in de tweede eeuw na Christus de zeep als medicament en als reinigingsmiddel. Van den tijd daarna weet men zeer weinig, alleen dat er in Marseille reeds in de 9e eeuw een levendige handel in zeep plaats vond. In de 15e eeuw werd de meeste zeep in Venetië gefabriceerd, later in Savona, Genua en Marseille. In Engeland werd in 1622 reeds 3000 ton zeep per jaar gefabriceerd.

Langzamerhand ontstonden hierna in alle landen kleine en groote zeepziederijen. Het maken van zeep bleef echter zeer lang een zuiver handwerk.

HEBBEN

In 1823 publiceerde Chevreul zijn beroemde onderzoekingen over de samenstelling der vetten en hiermee begon een nieuwe periode voor de zeepziederij. Nu eerst wist men waaruit de vetten eigenlijk bestaan en opbouwend op het feit dat de vetten als esters van glycerine en vetzuren door middel van loog in glycerine en de zouten van vetzuren ontleed konden worden, werd de kwaliteit van gefabriceerde zepen steeds beter. Bovendien beschikte men, sinds Leblanc zijn bekende methode voor de fabricatie van soda uitgevonden had, ook over voldoende zuivere soda en loog.

Korte tijd hierna begon men ook, naast de te voren gebruikelijke dierlijke vetten, de plantenvetten uit de tropen te verwerken, vooral cocos olie en palmolie.

In het midden van de vorige eeuw werden steeds meer nieuwe soorten vet verwerkt, sesamolie, grondnotenolie en katoenpitolie en verder langzamerhand ook de met waterstof geharde vetten. Bovendien begon men de ruwe vetten te reinigen, te raffineeren en hierdoor werd het mogelijk ook uit slechtere vetten een zeer zuivere zeep te koken.

Glycerine werd nu langzamerhand steeds duurder en het ligt voor de hand, dat de zeepfabrikanten dit dure materiaal probeerden te winnen en zeep zonder glycerine te fabriceren. Dit werd mogelijk door het vet eerst op een andere wijze te splitsen, waarbij glycerine en vrije vetzuren ontstaan, waaruit men de glycerine zeer gemakkelijk af kan scheiden. De verkregen vrije vetzuren kunnen nu met sodaoplossing verzeept worden, waardoor men de kosten van het causticeren spaart.

De fabricatie van vetzuur en glycerine uit vetten berust op het feit, dat vetten eigenlijk ook alleen met water ontleed kunnen worden. Het ranzig worden van veel vetten berust ook gedeeltelijk op een dergelijke ontleding. Het vet splitst zich in de bestanddelen en de vrije vetzuren maken het vet als menselijk voedsel in vele gevallen geheel onbruikbaar. Wanneer we nu een vet met water in een gesloten ketel onder hoge druk verhitten, verloopt deze ontleding vrij vlug. Nog beter en vooral ook vollediger verloopt de reactie, wanneer we iets zuur of kalk toevoegen. Uit het verkregen mengsel van vetzuren, water en glycerine wordt nu de oplossing van de glycerine in het water van de vetzuren gescheiden en op zuivere glycerine verwerkt.

In latere tijden heeft men ook nog andere versnellers of katalysatoren gevonden, die de verzeping, zoals we het ontleden van vet in vetzuur en glycerine noemen, ook bij gewone druk voldoende snel doen verlopen. Bekend is bijvoorbeeld het reactief van Twitchel, een inwerkingsproduct van zwavelzuur op een mengsel van vetzuur en naftaline.

Het volgens een dezer methoden verkregen ruwe vetzuurmengsel moet nu in de meeste gevallen nog gereinigd worden. Het beste geschiedt dit door destilleren in het luchtledige, waarbij men dan nog ter vergemakkelijking van de destillatie een bepaalde hoeveelheld stoom doorblaast, die de dampen van het vetzuur meeneemt.

De volgens deze methode verkregen vetzuren zijn volkomen wit en reukeloos, ook wanneer ze uit bedorven vetten gemaakt werden. Het is begrijpelijk, dat hierdoor juist de allergrootste fabrieken in staat zijn uit goedkope grondstoffen buitengewoon goede soorten zeep te maken. Ook in kleine bedrijven kan men hiervan profiteeren, door de gedestilleerde vetzuren te kopen.

Terwijl we tot voor kort geheel op in de natuur voorkomende vetten aangewezen waren, is het in de laatste jaren gelukt door oxydatie van paraffine vetzuren te fabriceeren; voor het maken van technische zepen bieden deze vetzuren misschien vele mogelijkheden.

Een zeep is dus een metaalzout van een vetzuur of een mengsel van verschillende vetzuren, zooals het in de praktijk bijna zonder uitzondering het geval is. De normale harde zepen zijn de natriumzeepen en de zachte zeepen de kaliumzeepen van vetzuren. Verder kennen we in het dagelijkse leven nog de kalkzepen, die onoplosbaar in water zijn en die ontstaan wanneer we gewone zeep in hard water oplossen. De oplosbare zeep zet zich dan met de oplosbare kalkzouten uit het water om tot kalkzouten der vetzuren, die onoplosbaar zijn en oplosbare natrium- of kaliumzouten. Dit betekent natuurlijk dat een deel van de gebruikte zeep verloren is en het is voordeliger goedkopere stoffen toe te voegen, om het water te ontharden. Hiertoe beschikt men tegenwoordig over preparaten, die voor het oplossen van de zeep toegevoegd worden en waartoe ook zeer goed gewone soda kan dienen, of men mengt de zeep met bijvoorbeeld soda, waardoor het water tegelijkertijd onthard wordt. Deze mengsels komen dan als zeeppoeder in de handel.

Wanneer we nu een zeep koken, willen we de zeep zo goed mogelijk neutraal maken; dit beteekent dat we juist zoveel moleculen loog in het mengsel willen hebben als er moleculen vetzuur aanwezig zijn. Dit punt kunnen we met behulp van een zogenaamde indicator waarnemen. Een indicator is een stof, die in zure oplossing een andere kleur heeft dan in een alcalische oplossing, dus een oplossing waarin zich een overmaat loog bevindt. Wanneer we dus aan een oplossing van zeep in alcohol een kleine hoeveelheid van een hiervoor geschikte indicator toevoegen, kunnen we onmiddellijk zien of de zeep te veel of te weinig loog bevat. Om verschillende redenen moet de zeep steeds een kleine overmaat loog bevatten, dikwijls echter slechts een honderdste procent.

Als indicator neemt men fenolftaleïne, dat in zure oplossing geheel kleurloos en in alkalische oplossing rood gekleurd is; de kleuromslag is dus zeer duidelijk te zien.

Wanneer nu om de een of andere reden een zeep te veel loog bevat, dan kan men deze overmaat loog met een vrij vetzuur neutraliseeren. Men voegt dan in de hitte zoveel oliezuur toe tot de oplossing van de zeep in verdunde alcohol nog slechts zwak rood wordt.

Zeep lost in water in kleine hoeveelheden goed op en geeft de bekende sterk schuimende vloeistof. Indien we nu deze oplossing onderzoeken, dan zien we dat ze met fenolftaleïne sterk rood wordt en dus sterk alcalisch is. Deze alcalische reactie wordt veroorzaakt door de zg. hydrolytische splitsing der zepen. Daar de loog zeer sterk is en het vetzuur als zuur zeer zwak, wordt een deel der vetzuurmoleculen door het water in loog en vetzuur ontleed en de reactie wordt nu bepaald door de stof, die het sterkst is, eigenlijk die het sterkst in ionen gesplitst is en in dit geval dus de loog. De zeepoplossing reageert dus alcalisch, kleurt fenolftaleïne rood. Om deze reden moeten we de zeep, wanneer we ze op neutraliteit willen onderzoeken, in een mengsel van spiritus en water oplossen, waarin deze hydrolytische ontleding niet optreedt.

De reinigende eigenschappen van een zeepoplossing berusten nu op het volgende. In de eerste plaats bevochtigt een zeepoplossing ook vette voorwerpen gemakkelijk, daar de oppervlaktespanning van een zeepoplossing veel kleiner is dan van gewoon water. Hoe groot de oppervlaktespanning van zuiver water is, kunnen we duidelijk laten zien met de bekende proef, waarbij we een gewone naainaald voorzichtig op het water kunnen leggen. Bij een zeepoplossing zinkt de naald onmiddellijk.

Verder kan zeep ook vetten en vetachtige stoffen gemakkelijk emulgeren, dus uiterst fijn in water verdeelen. Verder wordt de zeep in kleine hoeveelheden door het te reinigen oppervlak aangetrokken en vastgehouden, dus geabsorbeerd, waardoor het vuil afgestoten wordt. Het eindresultaat is dat het vette vuil in de zeepoplossing zweeft en het te reinigen materiaal een kleine hoeveelheid zeep vasthoudt, die dan met schoon water weggespoeld kan worden.

De zepen van een groot aantal vetten, bv. rundvet, beendervet, palmolie, paardevet en olijfolie kan men in een kleine hoeveelheid heet water tot een dikke lijmachtige vloeistof oplossen. Uit deze oplossing kan men de zuivere zeep neerslaan door een hoeveelheid gewoon keukenzout toe te voegen. Dit uitzouten van zeep wordt in het groot toegepast om de zeep te reinigen en om de zeep in een nagenoeg watervrije toestand te verkrijgen, zoals ze voor de bereiding van toiletzepen noodig is.

Zeep werd tot voor enkele jaren in het algemeen zonder toevoegsels gebruikt. Uitzonderingen waren de zeeppoeders en de medicinale zepen. De laatste tijd ziet men meer en meer dat men de reinigende werking van zeep tracht te versterken. Het eerste preparaat was een zeeppoeder, waaraan men stoffen toevoegde, die de was tegelijkertijd ook bleekten. Hiervoor werden peroxyden en perzouten gebruikt. Hiernaast voegt men tegenwoordig ook stoffen toe, die het neerslaan van onoplosbare kalkzouten verhinderen, waarvoor men zouten van bepaalde zwavelzuurverbindingen van vetzuren en vetalcoholen gebruikt.

Proeven

Daar de verschillende vetten steeds bepaalde verschillende hoeveelheden loog nodig hebben om geheel verzeept te worden, moeten we de hoeveelheid loog tevoren met een kleine hoeveelheid van het vet bepalen.

Hiertoe lossen we bv. 10 g van het vet in 20 g benzol op. Hieraan voegen we precies 30 cm³ van een 10-pcts kaliloogoplossing in spiritus toe. Het mengsel doen we in een kolf waarop we een terugvloeikoeler bevestigd hebben en koken het mengsel nu een half uur.

Hiernaast maken we een oplossing van zoutzuur in water, waarvan 10 cm³ precies ook 10 cm³ der gebruikte kaliumhydroxyde-oplossing neutraliseert, dus samengebracht fenolftaleïne niet kleurt of juist zwak rose kleurt.

Wanneer het vet nu een half uur met de loog gekookt heeft, laten we de inhoud afkoelen en voegen een paar druppels fenolftaleïne-oplossing toe en hierna zoveel van de zoutzuuroplossing tot de rode kleur van de indicator juist verdwenen is. Het verschil is dan de hoeveelheid 10-pcts loog, die men voor het verzepen van 10 g vet nodig heeft. Dit getal kan men op de grote hoeveelheden en op sterkere loog omrekenen.

Deze bewerking, het titreeren, voert men gewoonlijk met behulp van een in tienden deelen van een cm³ verdeelde buis uit, die van een kraan voorzien is. Deze buis noemt men een buret.

Voor het maken van een zuivere zachte zeep verwarmen we bv. 1000 g lijnolie op 80° C en voegen langzaam onder roeren 750 g kaliloog van 20 pct toe. We zien nu hoe de loog met de olie een emulsie vormt en dan langzamerhand de olie werkelijk oplost. Nu nemen we een paar gram uit de kookketel en lossen het in spiritus van 50 pct op. Wanneer de loog zich geheel met de olie verbonden heeft blijft deze oplossing met fenolftaleïne kleurloos. Nu voegen we meer loog toe en koken de zeep tot de loog geheel gebonden is. Hierna nemen we weer een klein proefje en kijken of de oplossing in verdunde spiritus alkalisch is. Zoodra deze oplossing rood wordt en na verder koken van de zeep ook rood blijft is de zeep gereed. De kunst is nu er voor te zorgen dat de overmaat loog zeer klein is.

Bij een tweede proef voegen we bij de zeep een kleine hoeveelheid bv, 100 g spiritus en nu zien we dat de zeep veel gemakkelijker gelijkmatig te maken is en vroeger klaar is. Vooral een kleine hoeveelheid methylhexaline bespoedigt het verzepingsproces. Deze zeep kunnen we dan nog met water of met potasoplossing verdunnen en geeft, gemengd met puimsteenpoeder een uitstekende garagezeep.

HEBBEN

Hfst.4 - Zeep en Reinigingsmiddelen
uit mengen & Roeren deel 1:
Zeep en Reinigingsmiddelen 1
Vloeibare zeep
Zeep en Reinigingsmiddelen 2
Vloeibare handwaszeep - Pine-oil-zeep - Vloeibare huishoudzeep met pine-oil - Zeeppoeder met pine-oil - Huishoudzeep - Geconcentreerde zeep voor het wassen van zijde - Ricinusoliezeep - Handwaszeep - Puimsteenzeep voor handwerkslieden - Zeeppoeder - Veegpoeder
Zeep en Reinigingsmiddelen 3
Zeep voor chemische reiniging - Zeep voor het reinigen van vloerkleeden - Oplosmiddel voor de chemische wasscherij - Reinigingscrême - Reinigingsoplossing - Antiseptisch reinigingsmiddel - Nitro-reinigingsmiddel voor geweerloopen - Vloeistof voor droogreinigen - Oplosmiddel voor chemisch reinigen - Reinigingsmiddelen in het huishouden - Oplosmiddel voor verstopte pijpen - Eau de Javelle (bleekwater) - Zuur voor de wasserij - Wasblauw - Reinigingsmiddel voor vensterruiten
Zeep en Reinigingsmiddelen 4
Strohoeden reinigen - Vlekken verwijderen
Zeep en Reinigingsmiddelen 5
Het verwijderen van vlekken uit beton en marmer - IJzervlekken - Kopervlekken - Inktvlekken - Tabaksvlekken - Urinevlekken
Zeep en Reinigingsmiddelen 6
Marmer schoonmaken - Kopervlekken in kalksteen - Reinigen van gekleurd beton - Reinigen van koper - Reinigen van brons - Vetvlekken verwijderen - Reinigingsmiddel voor behangsel - Oplosmiddel voor vet, olie, verf en nitrolak - Oplosmiddel voor teer en verf - Flessen-afwasmiddel - Kwastenreinigingsmiddel - Roest- en inktvlekken uit kleren verwijderen - Rookvlekken op de vingers verwijderen
uit mengen & Roeren deel 2:
Zeep en Reinigingsmiddelen zelf maken - Proeven doen
Zeep en Reinigingsmiddelen 8
Zeeppoeder - Zelfbleekend zeeppoeder - Salmiakzeeppoeder - Methylhexalinezeep - Garagezeep - Cyclonolzeep - Vlekkenwater - Zeepextract - Vloeibare cyclonolzeep - Kresolzeep - Formaldehyde-zeep - Scheerzeep - Scheercrême - Tandzeep - Galzeep - Scheerzeep zonder schuim - Harde kaliezeep voor de textielindustrie - Handenreinigingsmiddel - Toiletzeep verbeteren
Zeep en Reinigingsmiddelen 9
Reinigingsmiddel voor vensterruiten - Zelfblekend zeeppoeder - Veegpoeder - Bleeksoda - Glycerinezeep - Reinigingsmiddel voor rubbervloeren - Medicinale kalizeep - Tandzeep - Vloeibare tandzeep - Ontsmettende zachte zeep - Vloeibare salmiakzeep - Scheerzeep - Zeewater zeep - Medicinale zeep - Reinigingscême voor handen - Reinigingsmiddel voor gevels - Overvette zeep - Zwavelzeep - Bleekmiddel voor harde zeep - Auto- en meubelreinigingsmiddel - Reinigingsmiddel voor vaatwerk - Ontsmettend zeepparfum - Amandelzemelen-zeep - Havermout-zeep - Cederhout-zeep - Sandelhout-zeep - Zaagmeelzeep - Vloeibare scheerzeep

De inleiding is van belang voor het gehele boek, sla deze dus niet over
Inleiding

Belangrijk

Voorkom ongelukken!
Gevaarlijk vergiftige stoffen worden bij het recept aangegeven. Men mag echter nooit vergeten dat alle chemicaliën relatief gevaarlijk zijn. Na het werken met chemicaliën moet men dus in ieder geval de handen wasschen, gedurende het werk mag men met de handen niet aan de oogen komen. Bij het werken met brandbare vloeistoffen mag volstrekt geen vuur in het vertrek aanwezig zijn.

Aanvulling door vindikhier.nl
Beslist lezen!

Op deze website geven wij de oorspronkelijke tekst weer van het boek 'mengen en roeren, verschenen in 1936. Lees vooral de inleiding met onderwerpen als verwarmen (boven waterbad, ofwel au bain-marie) en andere veiligheidszaken. Gebruik beschermende kleding, handschoenen en veiligheidsbril bij het werken met gevaarlijke stoffen.
Sommige recepten of in recepten vermelde stoffen zijn wellicht in onbruik geraakt, niet meer verkrijgbaar, niet meer toegestaan of zelfs ronduit gevaarlijk.
Denk daarbij aan bijvoorbeeld asbest. Maar ook aan gevaarlijke stoffen als arsenicum en strychnine. Ga dus geen recepten namaken zonder kennis van zaken of met gevaarlijke of verboden stoffen. Met andere woorden:

'DON'T TRY THIS AT HOME'

Wij onthouden ons van iedere verantwoordelijkheid, met betrekking tot fouten in de informatie, eventuele schadelijkheid van vermelde stoffen en eventuele schadelijke gevolgen van het werken met deze stoffen of van het opvolgen van de recepten in dit boek. Ons motto is slechts: Laat oude kennis niet verloren gaan.




'Enjoy Life'








disclaimer | w3schools | GFDL | GoodFon.com | pixabay | pexels |pinterest | pxhere.com | unsplash.com
copyright © 2013 -
vindikhier.nl - all rights reserved
under construction