techniek en Dhz
mengen en roeren

Leder, huiden en bont

(bron: Mengen & Roeren 30-er jaren)
Het looien van de ruwe huid tot een goede kwaliteit leder is een zeer tijdrovend proces en kost veel werk. De verschillende soorten huid eisen een zeer ver uiteenlopende behandeling. Na het eigenlijke looien, waardoor de huidsubstantie niet meer aan bederf onderhevig is, moet het leer nog nabehandeld worden voor het tot gebruiksvoorwerpen verwerkt wordt. Deze nabehandeling hangt natuurlijk geheel van het doel af waarvoor het leder gebruikt moet worden.

Looien met natuurlijke looistoffen

Het voorbereiden van de huid of het vel moet zo spoedig mogelijk na de dood van het dier geschieden. Indien mogelijk laat men de huid een nacht liggen, zodat het vel door en door koud geworden is. Indien men niet onmiddellijk met het looien wil beginnen wordt het vel eerst gezouten; goed gezouten kan een huid 3 tot 5 maanden goed blijven. Een paar dagen zouten is steeds goed, vele looiers beweren, dat het inzouten het looien vergemakkelijkt. De hoeveelheden, die later aangegeven worden, gelden voor een huid van een koe van ongeveer 20 tot 30 kg of voor kleinere huiden die samen zoveel wegen.

De huid moet nu voor het looien geprepareerd worden. Eerst maakt men een hoeveelheid verse kalkmelk door 3 tot 4 kg ongebluste kalk in een houten vat van 20 tot 30 l te blussen.

Men voegt eerst ongeveer een liter water bij de kalk en vervolgens meer in kleine hoeveelheden; wanneer de kalk geheel geblust is voegt men nog 10 l water toe.

Van de gezouten huid verwijdert men nu het zout en snijdt alle overbodige en onbruikbare stukken weg. Een grote huid wordt in de lengte doorgesneden, precies in het midden van de kop tot de staart; bij kleine huid is dit niet nodig. Zeer grote huiden kan men in de lengterichting eventueel nog eens doorsnijden, hiertoe snijdt men het buikleder van het rugleder af.

Een houten kuip met een inhoud van 200 l vult men nu met schoon water en hangt de huiden met de vleeskant naar buiten over een stok enige uren in het water. Men roert van tijd tot tijd om bloedresten, vuil en zout van de huiden los te maken en te verwijderen. De huid wordt na ongeveer 3 uur uit het water gehaald en nu met een stijve borstel goed schoon gemaakt. Men neemt hiervoor een gladde houten plank, 30 tot 40 cm breed en ongeveer 2 m lang, die men schuin ergens tegen plaatst. De huid legt men op deze plank met de vleeskant naar beneden en men kan de haarkant nu gemakkelijk bewerken. Bij het afborstelen wordt telkens met schoon water afgespoeld. Nu draait men de huid met de vleeskant naar boven en schraapt met een bot mes alle vleesresten af.

De kuip wordt opnieuw met schoon water gevuld en men laat de huid of huiden zo lang onder telkens omwerken in het water tot de huid zacht en soepel geworden is. Dit duurt van 12 tot 48 uur. Hierna wordt de huid nog eens nagezien en zorgvuldig worden de laatste resten vet en vlees verwijderd. Ook wanneer schijnbaar alles weg is moet de binnenkant nog eens met de rug van een mes afgeschraapt worden. Deze voorbereiding kan men niet precies genoeg uitvoeren. Hierop volgt nu de behandeling met kalk.

HEBBEN

leerlooierij
Strak opgespannen huid, klaar om verder te bewerken, zoals het verwijderen van haar en achtergebleven vleesresten.

De houten kuip wordt schoongemaakt en met water en de kalkmelk gevuld. De huiden hangt men weer over stokken of touwen in het kalkwater, zodat ze geheel onder de vloeistof komen; de haarzijde komt naar boven. Men moet er voor zorgen dat de huiden zo weinig mogelijk gevouwen zijn en dat er geen luchtbellen onder het vel zijn. De kuip wordt toegedekt en men roert het kalkwater drie of vier keer per dag om. Men laat de huiden nu zo lang in de kalk tot de haren gemakkelijk loslaten. Dit duurt gewoonlijk in de zomer 6 tot 10 dagen en in de winter tot 16 dagen.

Men moet de haren met de handen er af kunnen wrijven. Het is niet voldoende dat men ze gemakkelijk uit kan trekken, ze moeten weggewreven kunnen worden.

Voor het ontharen legt men de huiden weer over de plank met de haarkant naar boven en schraapt het haar met de botte kant van een mes af. Wanneer de huid lang genoeg in de kalk was, gaat hierbij een kaasachtig laagje van de huid mee; wanneer dit niet het geval is, moet de huid weer in het kalkwater terug.

Nadat men het haar zo goed mogelijk verwijderd heeft gaat de huid weer in de kalk tot men ook de fijnste haartjes gemakkelijk verwijderen kan. Nadat alle haren verwijderd zijn bewerkt men de huid met een stomp gereedschap, waarmee men de kalk zo goed mogelijk uit de huid wegwrijft. Hiermee verwijdert men ook nog vet- en vuilresten.

De huid wordt nu omgekeerd en men bewerkt de vleeszijde op dezelfde wijze en verwijdert hier de laatste resten van het vlees en vlies. Men schaaft af tot de huid zelf, zonder deze echter te beschadigen.

Nu is de huid klaar voor het eigenlijke looien, dat met eikenschors met chroomaluin of met gewone aluin kan geschieden.

De resten van het kalken kunnen met de kalk zelf als mest gebruikt worden. Het haar kan men zuiveren en wanneer het geheel schoon is, voor het vullen van kussens en stoelzittingen gebruiken.

leerlooien
Opgespannen huiden in een leerlooierij

Voor het looien met schors moeten de huiden nu nog ontkalkt worden. Men wast ze eerst 6 tot 8 uren in schoon water en hangt ze dan in een oplossing van 150 g zuiver melkzuur in 150 l water. Men laat de huiden 24 uur in dit verdunde melkzuur, waarbij men dikwijls omroert en de huiden dikwijls beweegt. De huiden neemt men na 24 uur uit het zuur en bewerkt ze weer opnieuw op de plank om het zuur zo goed mogelijk te verwijderen. Tenslotte spoelt men ze in schoon water enige malen uit en hangt ze tenslotte weer een nacht in geheel schoon water.

Ongeveer 3 weken voor de huiden zover zijn, mengt men 15 tot 20 kg goed gemalen eikenschors met 80 l kokend water en laat de schors ongeveer 3 weken trekken. De looioplossing mag niet met ijzer in aanraking komen, alles geschiedt dus in houten kuipen, Het water moet zeer zuiver en zacht zijn, men neemt het beste schoon regenwater.

Wanneer de huiden nu zover voorbereid zijn filtreert men het bastaftreksel door een grove zak, spoelt de bast nog een paar maal met schoon water uit en doet alles in de looikuip. De huiden hangt men nu weer over stokken in de looi-oplossing, zodat ze goed ondergedompeld zijn en niet in plooien hangen. Aan de looioplossing voegt men 2 l gewone azijn toe.

De huiden moeten gedurende het looiproces van tijd tot tijd bewogen worden, zoodat alle delen gelijkmatig met de looistof in aanraking komen en dus een gelijkmatige kleur verkrijgen. Men zet nu weer een nieuwe hoeveelheid van 15 tot 20 kg eikenbast in 80 l kokend water om af te trekken.

Na ongeveer 10 tot 15 dagen hebben de huiden een gelijkmatige kleur gekregen en nu neemt men 20 l vloeistof uit de looikuip weg en vervangt ze door 20 l verse looi-oplossing waaraan men 2 l azijn toevoegt. 5 dagen later neemt men weer 20 l vloeistof uit de looikuip weg en vervangt ze door 20 l verse oplossing, nu echter zonder azijn en herhaalt dit tot de 80 l geheel verbruikt zijn.

Het looiproces kan men het beste controleeren door van tijd tot tijd van de punt van een huid een klein stukje af te snijden. Ongeveer na 35 dagen moet men in de huid, van beide kanten komend, een donkere streep kunnen zien. Als de huiden zover zijn neemt men weer 20 kg eikenschors en bevochtigt ze met zo weinig mogelijk kokend water, juist zoveel als de schors opneemt. De huiden neemt men nu uit de looikuip en doet de natte schors in de looi-oplossing. De huiden hangt men dan weer in de looikuip zodat ze geheel met de schors bedekt zijn en zo goed mogelijk hiermee in aanraking komen. De huiden blijven hierin ongeveer 6 weken.

Wanneer men nu een stukje huid afsnijdt ziet men dat de looistof bijna geheel tot het midden van de huid doorgedrongen is. Nu giet men de helft van de vloeistof weg en vult de kuip met verse fijn gemalen eikenschors. De huiden komen weer in de kuip terug en blijven hierin tot ze geheel door en door gelooid zijn. Dit duurt nog ongeveer 2 maanden. Gedurende deze tijd voegt men van tijd tot tijd nog verse schors en water toe, al naarmate dit nodig is. Het looien duurt zolang tot het leder binnenin geen lichte laag meer heeft.

In dit stadium is het leder voor de meeste doeleinden gaar, voor zoolleder moet het nog twee maanden verder gelooid worden.

Leder dat voor het maken van paardentuig en drijfriemen bestemd is, wordt nu met water goed schoon gewassen en men borstelt de haarzijde met een harde borstel en heet water goed schoon. Met een gladhout bewerkt men de haarzijde zorgvuldig, vooral wanneer het leer tot tuig verwerkt moet worden.

Terwijl de huiden nog vochtig zijn, doch niet zeer nat, smeert men ze met klauwenolie of traan goed in. Hierna hangt men het leder buiten op om het langzaam te laten drogen.

Nu volgt nog de laatste bewerking. De huiden worden door aanvochten en bewerken elastisch gemaakt en met een zalfachtig mengsel van traan en talk of klauwenolie en talk goed ingewreven.

Eventueel wordt deze bewerking herhaald en wrijft men het leer ook aan de vleeskant iets met vet in. De overmaat vet wordt met het gladhout weggewreven en het vettige aanvoelen kan men verwijderen door het leder met droog zaagsel goed af te wrijven.

Indien het leder zwart moet worden, moet men het voor het invetten verven. Men lost hiertoe 15 g in water oplosbare rugresine in ¾ l water op, voegt een paar druppels ammoniak toe en wrijft hiermede het natte leder gelijkmatig in. Hierna wordt op de gewone wijze ingevet.

Voor zoolleder wast men het leder zoals het uit de looikuip komt, goed af, laat drogen tot het nog iets vochtig is en vet het dan goed in.

Men kan de zolen van schoenen geheel waterdicht maken door de schoenen met de nieuwe zolen in een pan met gesmolten vet te zetten. Het vet mag slechts goed handwarm zijn. Geschikte vetmengsels hiervoor zijn de volgende:
Neutraal wolvet 8
dl
Gele vaseline 4
dl
Paraffine 4
dl

Vaseline 16
dl
Bijenwas 2
dl

Rundvet 12
dl
Traan 4
dl
HEBBEN

Chroomleder

Voor vele doeleinden is chroomleder juist zo goed als het met natuurlijke looistof gelooide leder. De naam dankt het aan de chroomaluin, die de eiwitstoffen van de huid onoplosbaar maakt. Het chroomlooiproces verloopt in enige weken, men bespaart dus zeer veel tijd.

De gereinigde huiden worden goed gewassen en dan ontkalkt met een oplossing van 150 g zuiver melkzuur of 500 g melkzuur van 22 %, zoals het in de looierij gewoonlijk gebruikt wordt, in 150 tot 200 l water. Deze hoeveelheid is weer berekend op een grote koehuid. Men hangt de huiden in de kuip zodat ze geen knikken en vouwen kunnen vormen en laat ze 24 uur in de melkzuuroplossing. De huiden worden weer goed gereinigd en bewerkt en nu lost men 1¾kg kristalsoda en 3 kg gewoon keukenzout in 12 l warm water op. Hiernaast lost men 6 kg chroomaluin (chromiumkaliumsulfaat) in 35 l koud water op.
Dit duurt vrij lang, men moet goed roeren. Nu giet men zeer langzaam onder goed roeren de soda-zoutoplossing bij de chroom-aluinoplossing. Dit moet ongeveer 10 min duren. Men heeft dan ongeveer 50 l looioplossing.

Men vult de looikuip met een inhoud van 200 l met 120 l koud water, voegt hierbij 12 l chroomoplossing en roert goed om. In deze oplossing hangt men nu de ontkalkte huiden. Ook hier moet men de huiden dikwijls omdraaien en de vloeistof doorroeren om de vloeistof zo gelijkmatig mogelijk op de huiden in te laten werken. De eerste dag moet men ieder uur in de kuip werken.

HEBBEN
Na drie dagen neemt men de huiden uit de kuip, voegt de helft van de overgebleven hoeveelheid chroomoplossing bij de oplossing en hangt de huiden weer in de kuip. Weer na ongeveer 2 dagen haalt men de huiden uit de kuip en voegt de rest van de chroomoplossing toe. De huiden worden in de tussentijd iedere dag enige malen omgewerkt. Nu controleert men hoever het looien reeds is door een stukje van het dikste leer af te snijden. De kleur moet gelijkmatig door en door groen worden. Wanneer men een stukje met water kookt, mag het niet hard worden, maar moet elastisch blijven.

Het is duidelijk dat men bij kleinere huiden in verhouding tot het gewicht minder zout en minder water neemt. In ieder geval moet men zo lang looien tot het leer door kokend water niet meer aangetast wordt. Na het looien worden de huiden minstens 4 maal in schoon water gewassen en dan een nacht in een oplossing van 1 kg borax in 150 l water ingeweekt. De volgende dag wordt het leer minstens 5 of 6 maal in schoon water gewassen.

Het leder kan nu direct ingevet worden zoals hiervoor beschreven werd of het wordt zwart geverfd met nigrosine. Hiertoe maakt men een oplossing van 50 g nigrosine in 3/4 l water en wrijft deze gelijkmatig in.

Men kan leder ook met ijzeroplossing en sumak zwart maken. Hiertoe laat men 2 l goede azijn met ijzervijlsel zolang staan tot er niets meer oplost; ijzervijlsel in overmaat. De huiden laat men nu in een oplossing van 5 kg sumak in 150 l warm water ongeveer 2 dagen trekken. Men moet dikwijls omroeren en de huiden bewegen. Hierna haalt men de huiden uit de oplossing en wrijft ze goed met de ijzeroplossing in. De overmaat ijzervijlseloplossing wordt weer afgewassen en men zet het leder nog een nacht in de sumakoplossing. Indien ze nog niet voldoende zwart zijn wordt de bewerking herhaald. Hierna wordt het leder weer goed gewassen en schoon gespoeld. Het verven met nigrosine is echter aanmerkelijk beter. Na het verven wordt het leder ingevet. Dit moet juist als bij het normale looigare leder zeer nauwkeurig geschieden.

Soms is het leder na het invetten niet voldoende elastisch en buigzaam; het wordt dan elastisch gemaakt door het herhaaldelijk heen en weer over een vrij scherpen rand te trekken. Hiervoor kan men een plank van hard hout nemen, ongeveer 1 m lang, 15 cm breed en 25 mm dik. De ene kant wordt zo scherp aangeschaafd. dat de rand slechts 3 mm dik is, doch goed rond. Het leder houdt men met de vleeszijde naar beneden. Hierna laat men het leder goed drogen. De laatste bewerkingen kunnen ook herhaald worden tot het leder voor het doel, waarvoor het bestemd is, voldoende soepel en elastisch is. Bij zeer dik leder moet het invetten, met er tussen met warm water behandelen, enige malen herhaald worden. Men smeert dan vrij dikke lagen traan met rundvet op het leder en laat dit er goed in trekken.

Looien met aluin

Het ontkalken en schoonmaken van de huiden moet op dezelfde wijze geschieden aJs bij de andere looimethoden.

Men lost nu 6 kg gewone of ammoniakaluin in 60 l water op, hiernaast lost men 1½ kg kristalsoda en 3 kg keukenzout in 20 l water op. De sodaoplossing giet men nu onder goed roeren uiterst langzaam bij de aluinoplossing; het bijgieten moet minstens 10 min duren. Er mag geen melkachtige troebeling ontstaan.

De huiden hangt men nu weer zo glad mogelijk in de oplossing, roert dikwijls om en keert de huiden van tijd tot tijd. Het is duidelijk, dat men ervoor zorgen moet, dat alle delen van de huid zo gelijkmatig en zo goed mogelijk met de oplossing in aanraking moeten komen.

Na 6 of 7 dagen is het looiproces afgelopen en de huiden worden gedurende een kwartier in schoon water gewassen. Hierna hangt men de huiden ter droging op; wanneer ze nog flink vochtig zijn smeert men de haarzijde goed met klauwenolie of traan in en laat ze nu langzaam verder drogen. Wanneer de eerste lichte vlekken komen, moet men de huiden door wrijven en buigen elastisch maken. Dit is bij het looien met aluin van het grootste belang. Men trekt ze hiertoe over de dunne afgeronde zijde van een hardhouten plank. Dit moet gedurende het drogen dikwijls herhaald worden, zolang tot het leder geheel droog is.

Wanneer het leder geheel droog is, bevochtigt men het oppervlakkig met warm water en smeert het nu dik in met vet. Het vet bestaat uit een mengsel van ongeveer gelijke delen rundvet en traan of klauwenolie. De samenstelling moet zodanig zijn, dat het mengsel bij gewone temperatuur zalfachtig is. Hierna wordt het leder flink met het gladhout behandeld.

In het algemeen heeft met aluin gelooid leder een neiging om hard te worden. Door het leder te bewerken, te buigen en te strekken, kan het steeds weer buigzaam gemaakt worden, eventueel vet men nog eens in. Door het leder voldoende te bewerken kan men het zo buigzaam en zacht maken als men het wenst.

Lederemulsie

Voor het zacht maken gebruikt men dikwijls een emulsie:
Ricinusolie 4
dl
Caseïne 4
dl
Spiritus 1
dl
Benzol 1
dl
Water 50
dl
Salicylzuur 0 ,1 %

Eiwitappretuur voor licht gekleurd leder

Kippeneiwit 1 ,5 dl
Melk 4 ,5 dl
Water 94 ,0 dl
De bestanddelen worden innig gemengd. De temperatuur mag niet boven 50℃ komen, daar het eiwit dan kan stollen.

De appretuur wordt op den duur onoplosbaar in water. Dit kan men bespoedigen door het leder met een heet strijkijzer te behandelen of heet te kalanderen.


oude-leerlooierij
Handwerk in de leerlooierij.

Bloedalbumine-appretuur

Bloedalbumine 10-18
dl
Nigrosine 1
dl
Glycerine ½
dl
Melk 10
dl
Water tot 100
dl
Bij het mengen mag de temperatuur niet hoger worden dan 50℃. Het leder wordt heet gestreken of gekalanderd.

Caseïne-appretuur

Casseïne (melkzuur) 2
dl
Borax 0 ,35 dl
Melk 10
dl
Water tot 100
dl
Het water en de melk worden samen tot 55℃ verwarmd en hierin roert men dan de caseïne. Nu voegt men de borax toe en roert tot de caseïne opgelost is. Hierna voegt men enige procenten formaline toe, de caseïneoplossing moet echter geheel afgekoeld zijn. Om het bederven te verhinderen voegt men 0,1 % nitrobenzol toe.

Schellak-appretuur

Schellak 60
dl
Spiritus 700
dl

Was-pigment-appretuur
(rood-bruin)

Carnaubawas (grijs) 40
dl
Natriumhydroxyde 4
dl
Water 40
dl
Deze worden gekookt tot de was verzeept is. Het verdampte water wordt weer toegevoegd.
Aan de wasoplossing voegt men nu toe:
Venetiaans rood 3
dl
Ombra 11
dl
Zure bruine anilinekleurstof 2 dl
en zoveel water als nodig is.
leerlooierij-in-Marokko

Cellulose-appretuur

Dik leder wordt voor vele doeleinden dikwijls in twee of soms meer lagen gespleten. Dit leder moet dan een bijzonder goede oppervlaktebehandeling ondergaan, de gewone appretuur is dan niet goed genoeg. Men brengt dan enige lagen dunne celluloselak op, waardoor het oppervlak van het leder gesloten wordt en ook meer samenhang verkrijgt. Het leder wordt eerst zorgvuldig schoon gemaakt en krijgt dan twee lagen grondlak:
Celluloid 100
dl
Amylacetaat 100
dl
Ethylacetaat 50
dl
Aceton 300
dl
Foezelolie 300
dl
Nafta 100
dl
Spiritus 100
dl
Ricinusolie 125
dl
Ombra 50
dl

Het celluloid wordt in de esters opgelost en de verfstof maalt men in een verfmolen fijn in de ricinusolie. Het geheel wordt dan gemengd. De lak wordt met een kwast opgebracht en bij 35℃ gedroogd.

Na het drogen wordt het leder glad geperst en brengt men nog eens een laag van deze grondlak op. Na het drogen wordt nu de vleeszijde vochtig gemaakt en met een gegraveerde plaat perst men de nerftekening in het leder. Hierna wordt een laag van de volgende glanzende lak opgebracht:
Celluloid 100
dl
Amylacetaat 100
dl
Ethylacetaat 150
dl
Aceton 300
dl
Foezelolie 200
dl
Nafta 200
dl
Spiritus 200
dl
Ricinusolie 100
dl
HEBBEN
`

Kunstleder

Kunstleder wordt gemaakt door een weefsel van katoen na een impregnering met lijm en stijfsel 3 tot 15 maal met een nitrocelluloselak te bestrijken. Dit geschiedt in het groot met behulp van machines waar het weefsel door een band zonder einde van dik gummi meegenomen wordt. Op het weefsel drukt dan een mes, dat zo lang is als het weefsel breed. Voor het mes ligt een hoeveelheid van de lak en bij het voortbewegen onder het mes door wordt nu afhankelijk van de druk van dit mes een meer of minder grote hoeveelheid lak op het weefsel gestreken. Om met laag kokende oplosmiddelen te kunnen werken, leidt men het weefsel in verwarmde droogkanalen, waardoor de lak niet wit opdroogt. Bovendien kan men in deze kanalen het oplosmiddel voor een groot deel terugwinnen. Men strijkt nu zoveel laklagen op als met de verlangde kwaliteit overeenkomt en perst tussen een gegraveerde en een papieren wals figuren in het kunstleder, die met de nerf van echt leder overeenkomen. Het is op deze wijze mogelijk echt leder uitstekend te imiteren. Voor vele gebruiksvoorwerpen, die toch niet al te lang gebruikt worden, is de kwaliteit van dit kunstleder ook voldoende.

Splijtleder wordt nagenoeg op dezelfde wijze behandeld. Door de ongelijkmatige vorm is men echter op de kwast aangewezen. De gebruikte lakken moeten dus hoog kokende oplosmiddelen bevatten om het mogelijk te maken, dat men ze met de hand opbrengt. Tegenwoordig spuit men hier en daar deze lakken op het leder. Men verliest hierbij iets lak; het werk gaat echter aanmerkelijk vlugger.

Kunstleder-lak

Nitrocellulose 30-40 sec 240
dl
Acetanilide 30
dl
Kamfer 60
dl
Ricinusolie 100-200
dl
Butylacetaat 400
dl
Amylacetaat 400
dl
Butylalcohol 400
dl
Toluol 800
dl
 Deze lak kan met een kwast opgebracht worden.
Goedkoper:


Nitrocellulose 600
dl
Ricinusolie 600
dl
 en zoveel oplosmiddel als nodig is, bestaande uit:
Ethylacetaat 2
dl
Methylacetaat 1
dl
Spiritus 1
dl
Benzol 4
dl

Ledervulsel

Ozokeriet 6
dl
Paraffine 8
dl
Harsolie 40
dl
Smeerolie 48
dl

Zwartsel voor leder

Men kan leder absoluut lichtecht zwart maken door het in te wrijven met een dunne pap van colloïdaal carbon black en water. Na het drogen zet men het leder goed in de was of men behandelt het met een schellakoplossing.

Riemenvet

Hars (colophonium) 65
dl
Talk 6
dl
Stearinezuur 1
dl
Paraffine (zacht) 20
dl
Ricinusolie 2
dl
Harsolie 1
dl
Lanoline 10
dl

Lederen riemen kleuren

De afgesneden einden en de kanten van riemen kan men op de volgende wijze kleuren:
Bruin:

dl
Bismarck-bruin 30
dl
Borax-schellakopl. 500
dl
Water 500
dl

Zwart
Nigrosine 30
dl
Borax-schellakopl. 500
dl
Water 500
dl

Basische kleurstoffen voor leder

Leder kan men uitstekend met de normale basische kleurstoffen (zie onder het verven van katoen) verven. Een voorbehandeling met een oplossing van kopersulfaat maakt de kleur veel intensiever. Men neemt een oplossing die ongeveer zoveel kopersulfaat bevat als later de kleurstofoplossing sterk is.

Verven van leder

Men kan het leder behalve met de in water oplosbare zure kleurstoffen uitstekend kleuren met kleurstoffen, die in vet of in spiritus oplosbaar zijn.

De in vet oplosbare kleurstoffen lost men gewoonlijk in een mengsel van gezuiverde petroleum en benzol of toluol op. Men neemt bv. 80 % petroleum en 20 % benzol. In dit mengsel lost men dan 3 tot 6 % kleurstof op. Men neemt bv. nigrosine voor zwart en soedanbruin voor bruin.

Met schors gelooid leder kleurt men graag met spirituskleur, bv. een 1- tot 2-pcts oplossing van in spiritus oplosbaar bruin en geel. Met spirituskleur kan men leder ook fraai blauw kleuren, en verder nagenoeg in alle kleuren.

riem-leder

Zolen impregneren

Crêperubber 15
dl
Colophonium 30
dl
Lijnolie 35
dl
Terpentijnolie 17
dl
Paraffine 3
dl

Ledervet

Menhadenolie 39
dl
Rundvet 60
dl
Clovel 1
dl

Leder tegen krassen beschermen

Rubberlatex 20
dl
Carnabauwas-emulsie 10
dl
Water 40
dl
Nadat het preparaat zijn dienst gedaan heeft kan men de massa als een dunne huid weer van het leder aftrekken.
lederen-laarzen

Ledervet

Recept no. 1.

dl
Klauwenolie 20
dl
Ricinusolie 20
dl

Recept no. 2.
Watervrije lanoline 40
dl
Klauwenolie 60
dl

Recept no. 3.
Klauwenolie 50
dl
Watervrije lanoline 35
dl
Japanwas 20
dl
Harde zeep 8
dl
Water 90
dl

Witte schoenpasta

Pijpaarde 450
dl
Geprec.krijt 450
dl
Tragacanth 10-50 dl
Water tot pasta
Carbolzuur 4
dl

Vloeibaar schoenwit

Recept no. 1.

dl
Titaanwit en lithopone 40
dl
Gebleekte schellak 6
dl
Ammoniak 1
dl
Water 50
dl
Spiritus 50
dl

Recept no. 2.
Lithopone 40
dl
Wasemulsie 80
dl
Triethanolamine 2
dl
Water 30
dl

Recept no. 3.
Gummi arabicum 8
dl
Water 70
dl
Krijtwit 15
dl
Koolzure magnesia 7
dl

Recept no. 4.
Gecalcineerde soda 1
dl
Harde zeep 3
dl
Lithopone 40
dl
Water 53
dl
Arab.gomoplossing 50% 4
dl
leer-snijden-gereedschap

Schoencrême

Terwijl men vroeger slechts over enkele wassoorten beschikte, die men voor het maken van schoencrème gebruiken kon, is dit aantal tegenwoordig legio. Naast de nieuwe geheel kunstmatige wassen is men er ook in geslaagd de ruwe aardwas zo ver te zuiveren, dat het voor iedere soort crême te gebruiken is.

In het algemeen hangt de samenstelling van het wasmengsel geheel van de prijs af die men wil besteden. Men moet echter steeds een mengsel van verschillende wassen nemen. Vele wassen hebben, wanneer ze alleen gebruikt worden, een neiging om uit te kristalliseeren, een pasta wordt dan niet zalfachtig doch zanderig. Door enige soorten was te mengen wordt de neiging tot kristalliseren op zich zelf al veel minder; verder voegt men dan kleine hoeveelheden speciale was toe, die het kristalliseren van de andere wassen verhinderen. Hiertoe behoren bijvoorbeeld weke ozokerieten, bijenwas en sommige soorten synthetische was.

Daar de eigenschappen van de meeste wassoorten steeds verschillen, moeten alle recepten steeds eerst in het klein geprobeerd worden. Zelfs van nieuwe leveringen moet men steeds precies onderzoeken hoe ze zich in het mengsel gedragen.

Voor een normale kwaliteit neemt men ongeveer gelijke delen paraffine en het mengsel van andere harde wassen, voor luxe kwaliteiten neemt men dikwijls alleen goede wassen zonder toevoeging van paraffine.


Zwart

Recept no. 1.


Carnaubawas 20
dl
Paraffine 12
dl
Bijenwas 3
dl
Deze worden samengesmolten. Men
laat iets afkoelen en verdunt dan met:
Terpentijnolie 65
dl
Carbon black 2
dl
Nigrosine (in olie oplosb.) 12
dl


Recept no. 2.


Carnaubawas 55
dl
Ruwe montaanwas
dl
Nigrosinebase
dl
Deze oplossen in:
Stearinezuur 20
dl
Ceresine 150
dl
Terpentijnolie 700-900
dl
Recept no. 3.


Carnaubawas 65
dl
Ruwe montaanwas 40
dl
Zwarte kleurstof 30
dl
Paraffine 110
dl
Ozokeriet (zacht) 10
dl
Terpentijnolie 760
dl
Recept no. 4.


Carnaubawas 65
dl
Ruwe montaanwas 40
dl
Kleurstof (zwart) 30
dl
Paraffine 40
dl
Ceresine 75
dl
Terpentijnolie 760
dl

Verzeepte schoencrême

Carnaubawas 8
dl
Montaanwas 8
dl
Paraffine 4
dl
Potas 3
dl
Water 50
dl
De massa wordt gekookt tot de verzeping afgelopen is en de emulsie volkomen gelijkmatig is. Hierna voegt men de kleurstofoplossing toe:
Nigrosine (in water oplosb.) 4
dl
Water 25
dl
Voor lichtgekleurde crèmes neemt men geraffineerde carnauba- en montaanwas en lost dan in het water de overeenkomstige in water oplosbare anilinekleurstof op. Ter verbetering van de kleur kan men bovendien aan de wassen bij het smelten een in vet oplosbare anilinekleurstof toevoegen.
modieuze-laarsjes
cat werkschoenen

Neutrale schoencrême

Terwijl de met potas verzeepte crèmes steeds iets alkalisch reageren en dus op zeer gevoelig leder ongunstig in kunnen werken, kan men met behulp van een triethanolaminezeep een volkomen neutrale crême maken.
Triethanolaminestearaat 25
dl
Bijenwas 10
dl
Candelillawas 30
dl
Carnaubawas 20
dl
Water 500
dl
Voor gekleurde crème lost men èn in het wasmengsel èn in het water iets anilinekleurstof op.
leerlooier-tegeltje-vintage

leerlooiers-aan-het-werk
Hard werken in de leerlooierij.

Kalfsleder reinigen

Carnaubawas 20
dl
Paraffine 12
dl
Bijenwas 3
dl
Deze worden samengesmolten. Men
laat iets afkoelen en verdunt dan met:
Terpentijnolie 65
dl
Carbon black 2
dl
Nigrosine (in olie oplosb.) 12
dl

Vetleder reinigen

Water 80 ,0 dl
Zeep 7 ,5 dl
Trichloorethyleen 3 ,5 dl
Methylaceton 2 ,0 dl
Citroengrasolie 0 ,5 dl

Leder reinigen

Harde zeep 6
dl
Water 160
dl
Ammoniak 6
dl
Glycerine 14
dl
Ethyleendichloride 7
dl

Handschoenreiniger

Zuur kaliumtartraat in


 poeder 480
dl
Zeephoutpoeder 160
dl
Krijtwit 96
dl
Berkenteerolie 75
dl
boots

Peau de Suède reinigen

Geprecipiteerd krijt 12
dl
Quilayabast 30
dl
Zuur kaliumtartraat 60
dl
Berkenteerolie 0 ,1 dl

Leder-appretuur verwijderen

Ethylacetaat 60
dl
Butylcellosolve (butyl-


 glycolether) 20
dl
Butylacetaat 20
dl
of: 3
dl
Ammoniak van 20%

Vlekken verwijderen

Vlekken aan de vleeszijde van leder verwijdert men met een 1-pcts oplossing van oxaalzuur.

Meeldauw in leder

Meeldauw kan men verwijderen door het leder met een dikke pap van natriumbicarbonaat en water in te smeren en in de zon te hangen. Na het afborstelen moet het leder opnieuw geappreteerd worden.

Schoenen waterdicht maken

Wolvet 8
dl
Gele vaseline 4
dl
Paraffine 4
dl
Ongeveer bij 40℃ opbrengen.

Bont bleken

Water 1200
dl
Waterstofperoxyde 9
dl
Kaliumpersulfaat 18
dl
Natriumpyrofosfaat 18
dl

Looi-methoden

(bron: Mengen & Roeren 2 30-er jaren)
Het looien van dierlijke huid is waarschijnlijk wel het oudste handwerk; reeds de oermens, die bij de jacht op de dieren in de eerste plaats het vlees als voedsel nodig had, moest de huiden op de een of andere wijze bewerken. Immers de huid gaat zeer spoedig in bederf over en is dan onbruikbaar. Het vinden van middelen, om dit bederf te verhinderen en de geprepareerde huiden te gebruiken, om zich zelf tegen regen en koude te beschermen, is vrij zeker de eerste van een lange rij van uitvindingen, die de mens in de loop der tijden gedaan heeft.

Bij opgravingen uit de alleroudste tijden der mensheid heeft men sporen gevonden, die er duidelijk op wijzen, dat de oermens geprepareerde huid, dus leder, tot wapens en andere gebruiksvoorwerpen verwerkt heeft.

De oudste methode om huiden te conserveren is het insmeren met vet, waarbij men in het begin het vet gebruikt heeft, dat bij het dier zelf gevonden werd. Waarschijnlijk heeft men hier vooral de fijn gewreven hersenmassa gebruikt, die vet in een vorm bevat, die gemakkelijk door de huid opgenomen wordt. Verder heeft men vistraan, rundvet en ook melk voor dit doel gebruikt, waarbij de huid door het mechanisch bewerken soepel gemaakt en ook soepel en buigzaam gehouden werd. Bij een aantal wilde volken wordt deze methode tegenwoordig nog steeds zo toegepast. De moderne techniek heeft deze primitieve methode uitgewerkt en looit het fijnste zeemleder nog steeds met bepaalde vetpreparaten.

Bij verschillende volken vindt men het conserveren met rook; de rook van vele houtsoorten bevat carbolzuurachtige stoffen, die reeds in kleine hoeveelheden het bederven van de huidsubstantie, het eiwit, verhinderen.

Zeer oud is het looien met aluin. Ook de Romeinen kenden het zachte, soepele, met aluin gelooide leder. Het meeste leder wordt echter met behulp van bepaalde plantendelen, schors, vruchten, hout of wortels, die stoffen bevatten, welke het bederven van de huid verhinderen, bewerkt. Ook de Romeinen kenden dit looien van huiden en ze gebruikten dit hardere met looistof gelooide leder voor het maken van schoenzolen, terwijl zachtere ledersoorten voor het bovenleder gebruikt werden. Het is een eigenaardig feit, dat de verschillende volken steeds die planten gevonden hebben, die voldoende looistof bevatten om leder te kunnen maken

Om in te kunnen zien, wat er bij het looien eigenlijk gebeurt, moeten we er ons rekenschap van geven, dat de dierlijke huid uit eiwit bestaat. Eiwit nu kan men zich opgebouwd denken uit een groot aantal bouwstenen, gewoonlijk vindt men in ieder soort eiwit een betrekkelijk groot aantal verschillende bouwstenen. Terwijl bijvoorbeeld een eiwitmolecule uit enige duizenden moleculen, aminozuren, bestaat, bevat het eiwit van de huid bijvoorbeeld 17 verschillende aminozuren. Men kan zich voorstellen dat zo'n eiwitmolecule uiterst gecompliceerd opgebouwd is en dat de eigenschappen hiervan, wanneer men ze ook uit dezelfde soorten aminozuren opbouwt, toch sterk uiteen kunnen lopen. Ja, men kan zelfs zo ver gaan te beweren dat de speciale eigenschappen van een bepaald dier, samenhangen met de speciale wijze, waarop zijn eiwit uit de eenvoudige aminozuren opgebouwd is.

Door inwerking van zuren en ook van loog kan nu een eiwit weer in de eenvoudige moleculen gesplitst worden. Ook door de inwerking van bacteriën wordt het grote molecule stuk gemaakt, doordat de bacteriën afbraakproducten als voedsel nodig hebben. Deze afbraakproducten zijn in water oplosbaar en we kunnen ons dus voorstellen, dat wanneer we een huid aan zichzelf overlaten, deze spoedig begint te ontleden en zijn mechanische stevigheid verliest, de huid bederft.

Wanneer we nu uit een huid leder willen maken, dat nog de goede mechanische eigenschappen van de oorspronkelijke huid heeft, doch niet bederft, moeten we de bewerking zodanig uitkiezen, dat de oorspronkelijke grote eiwitmoleculen ook heel blijven. Immers een grote, mechanische sterkte hangt steeds samen met bepaalde lange moleculen, die uit deeltjes opgebouwd zijn, juist als een ketting uit schakels bestaat, die in elkaar grijpen. In het eiwitmolecule moeten we de groepen, die de oorzaak van het bederven zijn, neutraliseeren, onschadelijk maken en dit doen we door deze groepen stoffen te laten absorbeeren, die zo vast zitten, dat ze door water niet weer opgelost kunnen worden.

Wanneer we ons de huid dus uit zeer kleine vezeltjes opgebouwd denken, waarbij de vezels uit weinige grote eiwitmoleculen bestaan, zien we dat door het looien het oppervlak van de vezels niet meer door water aangetast kan worden. In het leder blijven de vezels dus op zich zelf bestaan en kunnen zich ten opzichte van elkaar vrij bewegen. Hierdoor is de grote buigzaamheid en de elasticiteit van het leder gemakkelijk te verklaren.

Dat de deeltjes door het looien geheel andere eigenschappen gekregen hebben, kunnen we chemisch gemakkelijk aantonen. Wanneer we ongelooide huid lange tijd met water koken, vooral wanneer we aan het water een kleine hoeveelheid loog toevoegen, kan men de huid geheel oplossen. Met goed gelooid leder is dit niet meer mogelijk.

Vet-emulsie voor zool- en tuigleder

Ammoniumlinoleaat 5 ,8 dl
Water 47
dl
Kabeljauwtraan 27
dl
Spindelolie 19 ,5 dl
Oliezuur 0 ,7 dl

Het preparaat wordt met de 6- tot 10-voudige hoeveelheid water verdund.

Glansappretuur voor leder (Seasoning)

Tegin 10
dl
Lanettewas SX 5
dl
Lijnolie 10
dl
Traan 10
dl
Water 63
dl
Eialbumine (geel gekleurd) 2
dl

De eerste 4 bestanddelen worden voorzichtig samengesmolten en het eiwit wordt in het water opgelost. Hierna voegt men het water onder goed roeren bij de gesmolten massa. Het leder kan met de machine glanzend gestoten worden.

bata-schoenen

Vet-emulsie voor chroomleder

Kabeljauwtraan 40
dl
Ricinusolie 30
dl
Zwavelzuur 66° Bé 11
dl
Natronloog 3
dl
Water 16
dl

Traan en olie worden gemengd en onder goed koelen voegt men hierbij het zwavelzuur. Het preparaat wordt juist als ricinusoliesulfonaat verder behandeld.

Men mengt nu 65 dl van het nauwkeurig geneutraliseerde sulfonaat met 35 dl geraffineerde smeerolie.

De emulsie kan ook voor Chevraux en voor zwart leder gebruikt worden.

traditioneelleerlooien
Traditioneel leerlooien

Traanemulsie voor leder

Emulphor 3
dl
Traan 50
dl
Ammoniumlinoleaat 0 ,4 dl
Water 42 ,6 dl
Het emulphor wordt eerst in de traan opgelost, het ammoniumlinoleaat lost men in twee derde van het water op, emulgeert de beide oplossingen en voegt dan de rest van het water toe.

Moellon-Degras

Lanettewas SX 12
dl
Geoxydeerde traan 50
dl
Lanoline 12
dl
Smeerolie 5
dl
Water 19
dl
Nipagine 0 ,3 dl
Alcohol 2
dl
Het was wordt met de vetten samengesmolten en dan met het water geëmulgeerd, tenslotte voegt men het nipagine toe, dat men te voren in de alcohol opgelost heeft.
erdal-schoensmeer

Chroomledervet

Geoxydeerde traan 13
dl
Gesulfoneerde traan 20
dl
Oliezuur-ricinussulfonaat 18
dl
Methylhexaline 1
dl
Water 47
dl
De eerste vier bestanddelen worden gemengd en voorzichtig met het water verdund. Het preparaat is een heldere olie en kan met water tot een gele melkachtige emulsie verdund worden.

Lederolie

Gebleekte raapolie 35
dl
Ricinusolie 15
dl
Gebleekte traan 45
dl
Neutraal wolvet 8
dl
Berkenteer 3
dl
of:
Donkere traan 90
dl
Neutraal wolvet 5
dl
Berkenteerolie 3
dl
Vet-nigrosine 2
dl
schoenhandel

Schoenzolen impregneren

Huishoudzeep 10
dl
Water 100
dl

De zeep lost men in het hete water op en voegt hieraan zoveel verdunde aluminiumacetaatoplossing toe tot in een afgefiltreerd proefje door toevoegen van meer van de acetaatoplossing geen neerslag meer ontstaat.

Het neerslag wordt nu door een fijn doek afgefiltreerd en gedroogd. Het beste droogt men eerst gewoon aan de lucht en de laatste paar dagen in een excicator.

Het absoluut droge neerslag dat uit aluminiumzeep bestaat, wordt nu in petroleum opgelost en met deze oplossing worden de schoenzolen zo dikwijls ingesmeerd, tot ze niets meer opnemen.

Vooral nieuwe zolen worden hierdoor geheel waterdicht en zeer duurzaam.

Tana-schoensmeer-oud-hollands-reclamebord

Riemenvet

Lanoline 30
dl
Rundvet 30
dl
Traan 25
dl
Degras 14
dl
Berkenteer 1
dl
handel-in-schoenen-en-tuigen

Schoensmeer voor de tropen

I.G.-was CR 50
dl
Ruwe montaanwas 75
dl
I.G.-was BI 10
dl
Schellakwas 5
dl
Ozokeriet 15
dl
Paraffine 50°/52° C 100
dl
In vet oplosbaar zwart 35
dl
White spirit 710
dl
Het in vet oplosbare zwart bestaat uit:
Nigrosine 1
dl
Oliezuur 1
dl
Ongereinigd montaanwas 1
dl

Glanzend ledervet

I.G.-was O 4
dl
Ozokeriet 60°/62° C 2
dl
Ongereinigd montaanwas 7
dl
Paraffine 50°/52° C 10
dl
Nigrosine, in vet oplosbaar 3
dl
Traan 10
dl
Geraffineerde spindelolie 15
dl
Lanoline 5
dl
Lakbenzine 20
dl
Terpentijnolie 21
dl
Het preparaat conserveert het leder en geeft toch glans, is dus in de eerste plaats voor sportschoenen te gebruiken.
Tana-schoensmeer

Lederverf

I. Oplosmiddel:


Ethylacetaat 20
dl
Butanol 20
dl
Butylacetaat 35
dl
Mathylanon 25
dl

II. Verdunning:
Spiritus 96% 65
dl
Toluol 17
dl
Xylol 18
dl

III. Nitrocellulose-oplossing:
Celluloid 8
dl
Oplosmiddel I 60
dl
Verdunner II 32
dl

IV. Harsoplossing:
Cellodammar 10
dl
Butylacetaat 45
dl
Toluol 45
dl

V. Pigmentpasta, wit:
Titaanwit 100% 100
dl
Tricresylfosfaat 25
dl
Sipalin MOM 10
dl
Ricinusolie 15
dl
Methylanon 15
dl
De andere kleuren worden in soortgelijke verhoudingen verkregen, de hoeveelheid weekmakingsmiddel wisselt met het pigment.


Grondverf:


Pigmentpasta 14
dl
Nitrocellulose-oplossing III 68
dl
Harsoplossing IV 3
dl
Kamfer 0 ,5 dl
Verdunner II 4 ,5 dl
Oplosmiddel I 10
dl

Dekverf:
Het tricresylfosfaat wordt door een lichtvaste weekmaker als Sipalin MOM vervangen. Indien een grotere dekkracht verlangd wordt, vervangt men in de nitrocelluloseoplossing een deel van het celluloid door een laagvisceuze nitrocellulose, waarbij men dan een evenredig grotere hoeveelheid neemt, zodat de viscositeit van de oplossing dezelfde blijft. Men kan dan een grotere hoeveelheid pigment nemen.
Lazerende bruine lederlak:
Celluloidoplossing III 72
dl
Harsoplossing IV 9
dl
Methylanon 4
dl
Spiritus 13
dl
Tricresylfosfaat 2
dl
Zaponechtoranje G 1
dl
Bismarckbruin R 0 ,05 dl
Zaponechtzwart 0 ,03 dl
Het gekleurde leder kan na drogen met was geglansd worden.
HEBBEN

Schoencrême

Wit:


Rilaanwas 7
dl
Gebleekte ozokeriet 6
dl
Paraffine 50°/52° 17
dl
Terpentijnolie 40
dl
Lakbenzine 30
dl
Zwart:


Rilaanwas 10
dl
Ozokeriet 65° C 4
dl
Paraffine 50°/52° C 10
dl
Nigrosine 3
dl
Terpentijnolie 73
dl


Bruin:

Rilaanwas 10
dl
Bijenwas 2
dl
Ozokeriet 5
dl
Paraffine 50°/52° C 10
dl
Vetbruin 0 ,2 dl
Terpentijnolie 38
dl
Dekaline of benzine 35
dl

Leder-kleursel

a. Ongereinigd montaanwas 15
dl

Colophonium 2
dl

Paraffine 40°/42° C 3
dl

Potas 0 ,5 dl

Harde zeep 4
dl

Water 65
dl
b. Schellak 20
dl

Borax 7
dl

Water 75
dl

c. Nigrosine NTL 5 ,5 dl

Water 25
dl
Men maakt eerst de drie oplossingen a, b en c en mengt ze dan.

Ledervet

Recept no. 1.
Montaanwas Nova 10
dl
Vistraan 3
dl
Vaseline-olie 35
dl
Lanoline 25
dl
Recept no. 2.
Ongereinigd montaanwas 10
dl
Ceresine 64°/70° 16
dl
Vistraan 30
dl
Spindelolie 44
dl

Adhaesiemiddel voor rubberdrijfriemen

Ongevulkaniseerde rubber 8
dl
Benzol 92
dl
Het middel kan men minder vlug laten verdampen door aan de oplossing 5 tot 10 % geraffineerde spindelolie toe te voegen. De levensduur van de riem wordt hierdoor echter korter.
1940-vroom-dreesmann


Drijfriemenvet

Colophonium 40
dl
Montaanwas Nova 5
dl
Traan 55
dl

Drijfriemenolie voor de tropen

Geblazen raapolie 30
dl
Traan 20
dl
Spindelolie 40
dl
of:
Wolvet 25
dl
Traan 25
dl
Ricinusolie 25
dl
Spindelolie 25
dl
aandrijfriem

Schoencrême

a. Zwart:
Ongereinigde montaanwas 6
dl
Montanillawas 4
dl
I.G.-was E 2
dl
Colophonium 1 ,5 dl
Harde zeep 1 ,5 dl
Potas 2
dl
In water oplosbaar nigrosine 2
dl
Water 60
dl
Terpentijnolie 26
dl
Bij 65°/70° C in potten gieten.
b. Wit:
Montanillawas 12
dl
Gebleekte montaanwas 4
dl
Harde zeep 1 ,5 dl
Potas 2
dl
Water 60
dl
Terpentijnolie 26
dl
Bij 65° C in potten gieten.

Vloeibare schoencrême

Gebleekte montaanwas 5
dl
I.G.-was E 2
dl
Paraffine 50°/52° C 5
dl
Harde zeep 1 ,5 dl
Potas 1 ,5 dl
Water 55
dl
Terpentijnolie 30
dl

Schoencrême

Ongereinigde montaanwas 10
dl
I.G.-was E 4
dl
Paraffine 50°/52° C 11
dl
Ozokeriet 3
dl
Nigrisone, in vet oplosbaar 1 ,5 dl
Terpentijnolie 80-90
dl
Bij 36°/38° C in de potten gieten.
hoogenbosch-schoenen

Witte schoencrême

Ongereinigde montaanwas A 14
dl
Montaanwas Nova 6
dl
Terpentijnolie 80
dl
Bij 55°/60° C in dozen of potten gieten. De was kan ook met in vet oplosbare anilinekleurstoffen geel of bruin gekleurd worden.

Verzeepte schoencrême

Ongereinigde montaanwas 10
dl
Gebleekte montaanwas 3
dl
Colophonium 2
dl
Paraffine 50°/52° C 2
dl
Potas 2 ,2 dl
Harde zeep 0 ,3 dl
Borax 0 ,3 dl
In water oplosb.nigrosine 2
dl
Metanilgeel 0 ,08 dl
Water 95
dl
Bij 65° C in potten gieten.
riemtas-leder
Spirit Motors lederen riemtas voor cigaretten

Schoencrême voor tubes

Gebleekte montaanwas 6
dl
Bijenwas 5
dl
Japanwas 2 ,5 dl
Ozokeriet 60°/62° C 2
dl
Paraffine 50°/52° C 10
dl
Terpentijnolie 71
dl
Triethanolamineoleaat 3 ,5 dl
De wassen worden op de gewone wijze gesmolten, het oliezure triaethanolamine wordt in de terpentijnolie opgelost, de terpentijnolie voegt men dan bij de wassmelt. De crême kan met in vet oplosbare kleurstoffen geel tot bruin gekleurd worden.

Het verven van bont

De vellen moeten eerst op de normale wijze gelooid worden, alleen in speciale gevallen looit men na het verven. Bij vele soorten bont moet het haar voor het verven gedood worden, zodanig voorbehandeld dat het haar de kleurstof goed opneemt. Hiertoe behandelt men het vel met een oplossing van kalk of een andere alkalische stof.

Kalkhydraat 10
dl
Water 1000
dl
of:
Salmiak 60
dl
Aluminiumsulfaat 15
dl
Kalk 200
dl
Heet water 6000
dl

De vellen worden goed met de alkalische oplossing ingesmeerd en dan twee aan twee met de haarzijde op elkaar gelegd en goed bewerkt, bv. met de voeten. Bij bepaalde soorten, waar alleen de punten van het haar de verf slecht aannemen, is het voldoende de oplossing met een borstel voorzichtig op te brengen. Hierna laat men de vellen op een donkere plaats langzaam drogen en klopt en borstelt de kalk van het vel af. Ook kan men de vellen met zand en zaagsel in een roterende ton schoonmaken.

De volgende bewerking is het voorbeitsen met een van de volgende oplossingen:

a. voor lichte kleuren:
Kaliumbichromaat 100
dl
Wijnsteen 50
dl
Water 100000
dl
b. voor zwart:
Kaliumbichromaat 300
dl
Wijnsteen 150
dl
Water 100000
dl

Het verven kan nu op twee wijzen uitgevoerd worden, men kan het hele vel in het verfbad dompelen, waarbij dan ook het leder aan beide kanten geverfd wordt, of men brengt de verfoplossing met een borstel aan de haarzijde op. Hierbij wordt het leder slechts aan één kant geverfd. Men kan dan ook de punten van het haar donkerder verven dan binnen in, waardoor men bepaalde dure soorten bont zeer fraai kan imiteeren.

Voor het verven worden nog dikwijls de oude plantaardige kleurstoffen als blauwhout, sumach, geelhout en andere gebruikt. Hiernaast werkt men tegenwoordig met organische basen, die door oxydatie in kleurstoffen omgezet worden. Men neemt bijvoorbeeld p-aminofenol, p-fenyleendiamine, diaminodifenylamine, enz., die gewoonlijk onder fantasienamen in den handel komen.

Een verfbad bestaat uit: base, 1 tot 10 g per liter onder toevoeging van pyrogalluszuur, waterstofperoxyde, ammoniak of mierenzuur. Het verven geschiedt bij 25°/35° C en duurt 6 tot 12 uren.

Na het verven wordt het bont goed gewassen en de lederkant wordt met een mengsel van keukenzout, eidooier en glycerine ingesmeerd.

HEBBEN

Perkament

Gewoonlijk gaat men van schapenhuid uit, die eerst net als voor het looien met kalk behandeld wordt en hierna onthaard wordt. De huid wordt nu goed gewassen en in een raam sterk gespannen. Hiertoe maakt men koorden in de rand van de huid vast en spant met behulp van een raam, waarin zich sleutels, net als bij een viool, bevinden. Nu worden de laatste resten vlees en haar met een stomp mes uiterst zorgvuldig verwijderd. Voor gewone soorten is het voldoende het vel goed met kalk in te smeren en in de schaduw voorzichtig te drogen. Voor betere soorten is het nodig het oppervlak door afslijpen met puimsteenpoeder zo glad mogelijk te maken. Na het drogen wordt de droge kalk verwijderd en de randen worden weggesneden.

Perkament dat voor het inbinden van boeken dient, kan op deze wijze betrekkelijk gemakkelijk gemaakt worden.


De inleiding is van belang voor alle pagina's van mengen & roeren, sla deze dus niet over
Inleiding

Belangrijk

Voorkom ongelukken!
Gevaarlijk of vergiftige stoffen worden veelal bij de recepten aangegeven. Men mag echter nooit vergeten dat alle chemicaliën relatief gevaarlijk zijn. Na het werken met chemicaliën moet men dus in ieder geval de handen wassen, gedurende het werk mag men met de handen niet aan de oogen komen. Bij het werken met brandbare vloeistoffen mag volstrekt geen vuur in het vertrek aanwezig zijn.

Aanvulling door vindikhier.nl
Beslist lezen!

Op deze website geven wij oorspronkelijke teksten weer uit het boek 'mengen en roeren, verschenen in de dertiger jaren. Lees vooral de hele tekst op deze pagina met onderwerpen als verwarmen (boven waterbad, ofwel au bain-marie) en andere veiligheidszaken. Gebruik beschermende kleding, handschoenen en veiligheidsbril bij het werken met gevaarlijke stoffen. Bedenk dat alcoholen ook gevaarlijk kunnen zijn, ook de drinkbare ethylalcohol en dan zeker in een hoge concentratie. Want zeer brandbaar!
Sommige recepten of in recepten vermelde stoffen zijn wellicht in onbruik geraakt, niet meer verkrijgbaar, niet meer toegestaan of zelfs ronduit gevaarlijk. Denk daarbij aan bijvoorbeeld asbest. Maar ook aan gevaarlijke stoffen als arsenicum en strychnine. Ga dus geen recepten namaken zonder kennis van zaken of met gevaarlijke of verboden stoffen. Met andere woorden:

'DON'T TRY THIS AT HOME'


Wij onthouden ons van iedere verantwoordelijkheid, met betrekking tot fouten in de informatie, eventuele schadelijkheid van vermelde stoffen en eventuele schadelijke gevolgen van het werken met deze stoffen of van het opvolgen van de recepten in dit boek. Ons motto is slechts: Laat oude kennis niet verloren gaan.


 
copyright © 2010 -
vindikhier.nl - all rights reserved